|
Palestina: frustratie
en onmacht
Op 29 november vertrekt een
delegatie van De Algemene Centrale naar
Palestina voor een syndicale inleefreis en een
ontmoeting met de petrochemische vakbond PGFTU
waarmee er sinds 3 jaar een solidariteitsproject
bestaat.
Bedoeling is om een beeld te krijgen van de
concrete arbeidsomstandigheden waarin Palestijnse
arbeiders en arbeidsters werken en om aan den lijve
te ondervinden wat de impact is van de bezetting en
de politieke op het dagdagelijkse leven .
Op het programma staan bezoeken aan verschillende
Palestijnse steden (Nablus, Hebron, Ramallah,
Bethlehem,…), aan de verdeelde stad Jeruzalem (Al-Quds
genoemd door de Palestijnen).
Eén van de hoogtepunten van de inleefreis wordt
ongetwijfeld de ontmoeting hebben met de Minister
van Arbeid van Palestina en de Belgische consul. De
delegatieleden leggen ook contacten met de inwoners
uit een vluchtelingenkamp en de medewerkers van
verschillende sociale en syndicale organisaties die
er actief zijn. Bezoeken uit het verleden aan zo’n
kamp lieten een diepe indruk na.
Op dit moment zijn 2 medewerkers van de
Internationale Dienst van de AC al in Palestina. Zij
nemen er een stand van zaken op van het
solidariteitsproject die de Algemene Centrale heeft
met de petrochemische vakbond. Zij hebben met de
lokale partner verschillende dagen gediscussieerd
over de werking van de vakbond (structuren
ontwikkelen, welke vorming organiseren, hoe leden
werven, hoe een zicht krijgen op de sector,enz…)
Maar ze zijn er niet om met het vingertje omhoog les
te geven over hoe het moet; het is een echte
samenwerking!
Vergis je echter niet! De petrochemische sector
in Palestina is totaal niet te vergelijken met de
bedrijven die we hier kennen. Het gaat vaak over
heel kleine bedrijven die bvb zeep of cosmetica
maken. Naast het feit dat de bezetting elke dag zijn
stempel drukt op het werken, zijn er ook een pak
problemen met veiligheid op het werk, zeker omdat er
gewerkt wordt met chemische producten. Er is soms
zelfs nog kinderarbeid. In sommige Palestijnse
steden zoals Nabloes omschrijven de inwoners de
situatie als “kalmer, maar niet verbeterd”. Maar dit
geldt niet voor Gazastrook, die door de deelnemers
niet bezocht mag worden en die nog steeds een grote
open gevangenis is en waar overleven echt nog aan de
orde van de dag is. Toch heerst ook in de andere
Palestijnse steden heerst nog veel frustratie en
onmacht. Stel je je het eens voor: urenlang
aanschuiven om door een checkpoint te raken om naar
je werk te gaan en constant gecontroleerd te worden.
De eerste foto’s van
de AC-delegatie in Palestina.
Onze delegatie is nu
bijna een week ter plaatse. De syndicale missie
maakt indruk op de leden van de AC-delegatie. Ze
stuurden ons vanuit Palestina enkele indrukken door
:
2/10/2008 -
ECONOMISCHE (ON)LEEFBAARHEID IN EEN BEZET GEBIED
De delegatie van de AC en het FOS bezocht de
voorbije dagen Jeruzalem/Al-Quds, Hebron, Nablous en
Qalqilia. Elke stad heeft zijn eigen specifieke
situatie maar overal loopt een rode draad: de
bezetting. Dit manifesteert zich in verschillende
vormen: door militaire controlepunten, door een
metershoge muur die door de steden loopt of door
Israëlische nederzettingen die de stad omringen. En
meestal is het een combinatie van de drie.
De eerste dag brengt ons naar Jeruzalem/Al-Quds, wat
zowel door Palestijnen als Israëli’s als hoofdstad
gezien wordt. We krijgen er een rondleiding door het
stadje Shiekh Saad, dat enorm te lijden heeft onder
de bezetting. Onze lokale projectpartner, de vakbond
PGFTU moet er zelfs instaan voor de verdeling van
voedselpakketten. Wie hier woont moet ongeveer
anderhalf uur omrijden naar Jeruzalem. In
vogelvlucht zou dit 10 minuten zijn maar de
Israëli’s laten hen niet toe de kortste weg te
gebruiken.
’s Namiddags worden we ontvangen door Michael
Warchawski, de oprichter van het Alternative
Information Centre (AIC). Het AIC is een
gemeenschappelijk project van Israëli’s en
Palestijnen om informatie en analyses over het
conflict te verspreiden. Warchawski toont ons dat
Israëlische militairen erin slagen om
bevolkingsgroepen volledig gescheiden naast elkaar
te doen leven. Israeli’s en Palestijnen elkaar niet
hoeven niet te ontmoeten.
Het vredesproces is virtueel. Er wordt wel nog over
gesproken maar de kolonisatie gaat gewoon door.
Woord en daad staan ver van elkaar.
We worden ook ontvangen door de Belgische consul-generaal.
We krijgen een avondmaal aangeboden in borden waarop
“Eendracht maakt macht” staat. Nee, dit is geen
ironie maar de Belgische wapenspreuk. We
discussiëren met hem over een economische missie
vanuit ons land naar Israël met de bedoeling betere
handelsrelaties af te sluiten. Wie echter investeert
in Israël, subsidieert niet meer of niet minder de
bezetting. Daarom besluiten we ook een persbericht
te versturen dat stelt dat een economische missie
voor ons niet kan en een directe steun aan de
bezetting en kolonies betekent.
Na een bezoek aan Jeruzalem/Al-Quds blijft de
delegatie met veel vragen zitten: de heiligdommen
voor de verschillende religies liggen hier op een
steenworp van elkaar: hoe kan dit opgelost raken?
Dinsdag bezoeken we Hebron, de grootste Palestijnse
stad op de Westelijke Jordaanoever. 20 syndicalisten
uit diverse sectoren verwelkomen ons. We gaan samen
met hen naar de gouverneur van de provincie. Hij
vertelt ons dat Hebron een rijke handelstraditie
heeft, eeuwen oud. Maar nu wordt het steeds
moeilijker om het economisch leefbaar te houden. Er
is nochtans wat glas- en schoenindustrie en er
worden druiven geteeld. De gouverneur stelt dat hij
in normale omstandigheden wel investeerders zou
vinden (op zich een interessante boodschap) maar nu
is het onmogelijk: ofwel laten de Israëli’s het niet
toe of ze creëren een zodanig moeilijke situatie dat
niemand op zijn werk raakt. In Hebron zijn de
spanningen ook heel duidelijk voelbaar: 400
kolonisten (beschermd door 2000 Israëlische
militairen) wonen er tussen 40.000 Palestijnen. Een
deel van de stad is een spookstad geworden omdat
volledige buurten ontruimd werden. Waar vroeger
Palestijnse winkeltjes waren, is er nu (verplichte)
leegstand.
Woensdag rijden we naar Nabloes en Qalquilia. In
Nabloes ontmoeten we de vertegenwoordigers van PGFTU
Petrochemie: de regionale secretaris, de
projectcoördinator en de vertegenwoordigster van de
vrouwenafdeling. Het samenwerkingsproject tussen de
AC en PGFTU Petrochemical loopt drie jaar en de
resultaten van de evaluatie en aanbevelingen worden
samen bekeken. Er werd gewerkt rond 4 thema’s:
werking van de vakbond, vorming en opleiding (vooral
rond veiligheid en gezondheid op het werk),
lidmaatschap en kennisopbouw van de petrochemische
sector. Rond elk van de 4 thema’s worden concrete
voorstellen gedaan.
Daarna rijden we naar Qalquilia, een kleine stad
volledig ommuurd door de Israëlische veiligheidsmuur
en vlakbij de grens met Israël. Hier schuiven elke
dag 5000 arbeiders en arbeidsters aan om door de
controle te raken (en wie niet wringt is eraan voor
de moeite) en zo een dagtaak in Israël te zoeken.
Het is er vaak ieder voor zich en dit leidt ook tot
onderlinge spanningen. Onze lokale vakbondspartner
ijvert er voor schuilhokjes en toiletten voor de
wachtenden. We zien een paar vermoeide arbeiders die
langs de prikkeldraad terugkomen. Door de grote
vermoeidheid gebeuren er ook veel arbeidsongevallen.
Maar een Palestijnse vakbond wordt in Israël niet
erkend en dus staan de werknemers vaak machteloos.
Dit laatste woord horen we veel maar de Palestijnen
zijn blij met onze komst en onze solidariteit. Onze
aanwezigheid gaat niet opgemerkt voorbij. In de
krant Al Quds lezen we een verslag van onze
ontmoeting met de gouverneur.
De gesprekken met gewone Palestijnse arbeiders
blijven ons echter het meeste bij.
Dit
weekend keert onze terug naar België. Begin volgende
lees je in derde verslag meer over het laatste deel
van de missie
Op donderdag rijden we naar
Ramallah, de administratieve en politieke hoofdstad
van Palestina. De Minister van Arbeid van de
Palestijnse autoriteit, Ahmed Majdalani, wacht ons
op. We vertellen hem over ons
persbericht (zie ook elders op onze website) om
de Belgische economische missie naar Israël aan te
klagen. We leggen ook uit dat wij als AC druk
uitoefenen om binnen het IVV (Internationaal
Vakverbond) de steun aan Palestina te verhogen en om
Histadrut, de Israëlische vakbond aan te manen om de
bezetting te veroordelen. Paul Lootens, federaal
secretaris, krijgt ook de kans om ons standpunt toe
te lichten aan de nationale Palestijnse TV.
Met de minister bespreken we de arbeidswetgeving die
de Palestijnse regering voorbereidt, het systeem van
sociale inspectie, de installatie van
arbeidsrechtbanken,… Maar het is duidelijk dat dit
alles nog in zijn kinderschoenen staat. We brengen
ook een blitzbezoek aan het graf van Yasser Arafat.
In Ramallah hebben we die dag nog 4 andere
ontmoetingen met syndicalisten en activisten.
Naamkaartjes worden volop uitgewisseld om in de
toekomst informatie te kunnen uitwisselen. We zitten
onder andere samen met de projectcoördinator van het
project van de Deense vakbond 3F en met mensen van
het comité voor de vrijlating van politieke
gevangenen. Deze ontmoeting is zeer actueel gezien
er volop onderhandelingen bezig zijn voor een
gevangenenruil. Hamas zou de Israëlische soldaat
Gilat Shalid vrijlaten in ruil voor de vrijlating
van Palestijnse gevangenen. Eén van de belangrijkste
politieke gevangenen is Marwan Barghouti. Hij wordt
aanzien als de toekomstige politieke leider van de
Palestijnen die ook eenheid kan brengen onder de
Palestijnen. Maar hij is veroordeeld door Israël tot
5x levenslang vanwege zijn rol in de Intifada.
Vrijdag bezoeken we 2
vluchtelingenkampen in Bethlehem (Aida en Deheishe)
waar samen bijna 18.000 vluchtelingen leven.
Deheishe bestaat al 60 jaar (een triestige
verjaardag). 60% van de bewoners in dit kamp is
jonger dan 24 jaar! In totaal zijn er op de
Westelijke Jordaanoever alleen al 19 kampen waarin
ongeveer 200.000 mensen wonen. In totaal zouden er
wereldwijd ongeveer 6 miljoen Palestijnse
vluchtelingen zijn. Voor veel Palestijnen is het
recht op terugkeer voor de vluchtelingen
noodzakelijk als basis voor vrede.
In de vluchtelingenkampen wonen veel mensen dicht op
elkaar; en de armoede is er groot. Alhoewel er al
inspanningen gedaan zijn voor huisvesting, sanitair
(vroeger was er 1 toilet per 1000 mensen) en scholen,
is de situatie er vaak nog schrijnend en is men
afhankelijk van de VN-vluchtelingenorganisatie. De
vluchtelingenkampen zijn niet alleen een historisch
probleem, ook nog vandaag worden Palestijnen van hun
grond verjaagd.
De organisatie BADIL (www.badil.org) heeft een
Franstalige en Engelstalige website waar allerlei
informatie verzamelt wordt over deze kwestie en de
rechten van de vluchtelingen verdedigt. Ook met hen
gingen we spreken.
Als laatste ontmoeten we enkele vertegenwoordigers
van de transportvakbond binnen de PGFTU. Zij leggen
de moeilijke werkomstandigheden uit van de duizenden
taxi-, bus-en vrachtwagenchauffeurs.
Frans Wuytack, een activist van 75 jaar die jaren
doorbracht in de sloppenwijken van Venezuela en er
de rechten van de armsten verdedigde, is ook lid van
onze delegatie. Frans is ook beeldhouwer. Hij liet
in de muur rond Betlehem een gebeitelde herdenking
aan ons bezoek achter.
Onze laatste voormiddag besteden we
aan een gesprek met de Britse schrijver Jonathan
Cook. Hij schreef al 3 boeken over het Israëlisch-Palestijnse
conflict. Hij geeft ons een kijk op hoe de Joodse
politiek in elkaar zit. We horen hoe de politiek van
Israël er op gericht is om zoveel mogelijk
Palestijnen op een zo klein mogelijk stuk land te
houden en dat de oorlogseconomie in dit land op
volle toeren draait. Enkele rijke families,
wapenfabrikanten en beveiligingsfirma’s profiteren
optimaal van dit conflict. De Israëlische scholen
waar het radicaalst les gegeven wordt, krijgt het
meest subsidies en de Bijbel is overal het
belangrijkste geschiedenishandboek.
Op de luchthaven worden we onderworpen aan de
strengste controle dusver. We krijgen een spervuur
van vragen over wat we komen doen zijn en elk lid
van de groep moet zijn volledige bagage tonen en die
wordt streng gecontroleerd. Wanneer Palestijnse
sjaals en affiches opduiken, is het hek van de dam
en nemen de vragen én commentaren (“weten we wel wie
we steunen” ?!) toe. De bedoeling is duidelijk:
pottenkijkers zijn niet welkom en ze willen ons
demotiveren om nog terug te komen. We voelen een
klein beetje de pesterijen die Palestijnen
dagdagelijks ondergaan.
Onze vele ontmoetingen van deze week stonden
allemaal in het teken van de doelstellingen van onze
inleefreis:
-een beeld krijgen van de diverse aspecten van de
Palestijnse kwestie: de Apartheidsmuur, de
Israëlische bezettingsproblematiek, de
vluchtelingenkwestie, politieke gevangenen, de
demografische politiek,…
-ontmoetingen met syndicalisten en meer bepaald met
de vakbond PGFTU en onze projectpartner PGFTU
Petrochemie
-als AC ambassadeur zijn van de Palestijnse kwestie
naar onze leden, het ABVV, de Belgische politiek en
de internationale vakbondsfederaties.
De komende weken en
maanden zullen we onze ervaringen uitdragen en onze
solidariteit met de Palestijnse vakbonden en
bevolking versterken.
|