Internationale solidariteit - Project Palestina


Drapeau Cuba

Palestina is een bezet land, omringd door een muur, overgeleverd aan de willekeur van Israëlische militairen. Voor het Palestijnse volk is
 overleven een dagelijkse
strijd. De vakbonden werken mee aan de oprichting van
een onafhankelijke staat,
maar ijveren voor de versterking van de rechten van de arbeiders. De PGFTU-petrochemie, de vakbond waar wij mee samenwerken, moet van nul begin. De bond moet
dus een inventarisatie opmaken, een financiële en administratieve structuur opzetten, delegees rekruteren en opleiden, sociaal dienstbetoon organiseren, ...

De Algemene Centrale-ABVV
en het FOS steunen een proefproject voor twee jaar
om het PGFTU te helpen bij de praktische ondersteuning van de vakbond.




Brochures


Brochure_cuba


Brochure over Palestina gepubliceerd door de
Algemene Centrale - ABVV




Brochure over de Internationale Solidariteitprojecten van de Algemene Centrale - ABVV



 
Bij de delegatie van De Algemene Centrale naar Palestina bevond zich ook de beeldhouwer en activist Frans Wuytack (75 jaar oud!).

Hij kocht een hamer en beitel in Palestina en liet in de metershoge Apartheidsmuur die Israël bouwt in Bethlehem een gebeitelde solidariteitsboodschap aan het Palestijnse volk na.

 

 

Palestina: frustratie en onmacht

Op 29 november vertrekt een delegatie van De Algemene Centrale naar Palestina voor een syndicale inleefreis en een ontmoeting met de petrochemische vakbond PGFTU waarmee er sinds 3 jaar een solidariteitsproject bestaat.

Bedoeling is om een beeld te krijgen van de concrete arbeidsomstandigheden waarin Palestijnse arbeiders en arbeidsters werken en om aan den lijve te ondervinden wat de impact is van de bezetting en de politieke op het dagdagelijkse leven .

Op het programma staan bezoeken aan verschillende Palestijnse steden (Nablus, Hebron, Ramallah, Bethlehem,…), aan de verdeelde stad Jeruzalem (Al-Quds genoemd door de Palestijnen).

Eén van de hoogtepunten van de inleefreis wordt ongetwijfeld de ontmoeting hebben met de Minister van Arbeid van Palestina en de Belgische consul. De delegatieleden leggen ook contacten met de inwoners uit een vluchtelingenkamp en de medewerkers van verschillende sociale en syndicale organisaties die er actief zijn. Bezoeken uit het verleden aan zo’n kamp lieten een diepe indruk na.

Op dit moment zijn 2 medewerkers van de Internationale Dienst van de AC al in Palestina. Zij nemen er een stand van zaken op van het solidariteitsproject die de Algemene Centrale heeft met de petrochemische vakbond. Zij hebben met de lokale partner verschillende dagen gediscussieerd over de werking van de vakbond (structuren ontwikkelen, welke vorming organiseren, hoe leden werven, hoe een zicht krijgen op de sector,enz…) Maar ze zijn er niet om met het vingertje omhoog les te geven over hoe het moet; het is een echte samenwerking!

Vergis je echter niet! De petrochemische sector in Palestina is totaal niet te vergelijken met de bedrijven die we hier kennen. Het gaat vaak over heel kleine bedrijven die bvb zeep of cosmetica maken. Naast het feit dat de bezetting elke dag zijn stempel drukt op het werken, zijn er ook een pak problemen met veiligheid op het werk, zeker omdat er gewerkt wordt met chemische producten. Er is soms zelfs nog kinderarbeid. In sommige Palestijnse steden zoals Nabloes omschrijven de inwoners de situatie als “kalmer, maar niet verbeterd”. Maar dit geldt niet voor Gazastrook, die door de deelnemers niet bezocht mag worden en die nog steeds een grote open gevangenis is en waar overleven echt nog aan de orde van de dag is. Toch heerst ook in de andere Palestijnse steden heerst nog veel frustratie en onmacht. Stel je je het eens voor: urenlang aanschuiven om door een checkpoint te raken om naar je werk te gaan en constant gecontroleerd te worden.

 
De eerste foto’s van de  AC-delegatie in Palestina.


Onze delegatie is nu bijna een week ter plaatse. De syndicale missie maakt indruk op de leden van de AC-delegatie. Ze stuurden ons vanuit Palestina enkele indrukken door :

2/10/2008 - ECONOMISCHE (ON)LEEFBAARHEID IN EEN BEZET GEBIED

De delegatie van de AC en het FOS bezocht de voorbije dagen Jeruzalem/Al-Quds, Hebron, Nablous en Qalqilia. Elke stad heeft zijn eigen specifieke situatie maar overal loopt een rode draad: de bezetting. Dit manifesteert zich in verschillende vormen: door militaire controlepunten, door een metershoge muur die door de steden loopt of door Israëlische nederzettingen die de stad omringen. En meestal is het een combinatie van de drie.

De eerste dag brengt ons naar Jeruzalem/Al-Quds, wat zowel door Palestijnen als Israëli’s als hoofdstad gezien wordt. We krijgen er een rondleiding door het stadje Shiekh Saad, dat enorm te lijden heeft onder de bezetting. Onze lokale projectpartner, de vakbond PGFTU moet er zelfs instaan voor de verdeling van voedselpakketten. Wie hier woont moet ongeveer anderhalf uur omrijden naar Jeruzalem. In vogelvlucht zou dit 10 minuten zijn maar de Israëli’s laten hen niet toe de kortste weg te gebruiken.

’s Namiddags worden we ontvangen door Michael Warchawski, de oprichter van het Alternative Information Centre (AIC). Het AIC is een gemeenschappelijk project van Israëli’s en Palestijnen om informatie en analyses over het conflict te verspreiden. Warchawski toont ons dat Israëlische militairen erin slagen om bevolkingsgroepen volledig gescheiden naast elkaar te doen leven. Israeli’s en Palestijnen elkaar niet hoeven niet te ontmoeten.
Het vredesproces is virtueel. Er wordt wel nog over gesproken maar de kolonisatie gaat gewoon door. Woord en daad staan ver van elkaar.

We worden ook ontvangen door de Belgische consul-generaal. We krijgen een avondmaal aangeboden in borden waarop “Eendracht maakt macht” staat. Nee, dit is geen ironie maar de Belgische wapenspreuk. We discussiëren met hem over een economische missie vanuit ons land naar Israël met de bedoeling betere handelsrelaties af te sluiten. Wie echter investeert in Israël, subsidieert niet meer of niet minder de bezetting. Daarom besluiten we ook een persbericht te versturen dat stelt dat een economische missie voor ons niet kan en een directe steun aan de bezetting en kolonies betekent.

Na een bezoek aan Jeruzalem/Al-Quds blijft de delegatie met veel vragen zitten: de heiligdommen voor de verschillende religies liggen hier op een steenworp van elkaar: hoe kan dit opgelost raken?

Dinsdag bezoeken we Hebron, de grootste Palestijnse stad op de Westelijke Jordaanoever. 20 syndicalisten uit diverse sectoren verwelkomen ons. We gaan samen met hen naar de gouverneur van de provincie. Hij vertelt ons dat Hebron een rijke handelstraditie heeft, eeuwen oud. Maar nu wordt het steeds moeilijker om het economisch leefbaar te houden. Er is nochtans wat glas- en schoenindustrie en er worden druiven geteeld. De gouverneur stelt dat hij in normale omstandigheden wel investeerders zou vinden (op zich een interessante boodschap) maar nu is het onmogelijk: ofwel laten de Israëli’s het niet toe of ze creëren een zodanig moeilijke situatie dat niemand op zijn werk raakt. In Hebron zijn de spanningen ook heel duidelijk voelbaar: 400 kolonisten (beschermd door 2000 Israëlische militairen) wonen er tussen 40.000 Palestijnen. Een deel van de stad is een spookstad geworden omdat volledige buurten ontruimd werden. Waar vroeger Palestijnse winkeltjes waren, is er nu (verplichte) leegstand.

Woensdag rijden we naar Nabloes en Qalquilia. In Nabloes ontmoeten we de vertegenwoordigers van PGFTU Petrochemie: de regionale secretaris, de projectcoördinator en de vertegenwoordigster van de vrouwenafdeling. Het samenwerkingsproject tussen de AC en PGFTU Petrochemical loopt drie jaar en de resultaten van de evaluatie en aanbevelingen worden samen bekeken. Er werd gewerkt rond 4 thema’s: werking van de vakbond, vorming en opleiding (vooral rond veiligheid en gezondheid op het werk), lidmaatschap en kennisopbouw van de petrochemische sector. Rond elk van de 4 thema’s worden concrete voorstellen gedaan.

Daarna rijden we naar Qalquilia, een kleine stad volledig ommuurd door de Israëlische veiligheidsmuur en vlakbij de grens met Israël. Hier schuiven elke dag 5000 arbeiders en arbeidsters aan om door de controle te raken (en wie niet wringt is eraan voor de moeite) en zo een dagtaak in Israël te zoeken. Het is er vaak ieder voor zich en dit leidt ook tot onderlinge spanningen. Onze lokale vakbondspartner ijvert er voor schuilhokjes en toiletten voor de wachtenden. We zien een paar vermoeide arbeiders die langs de prikkeldraad terugkomen. Door de grote vermoeidheid gebeuren er ook veel arbeidsongevallen. Maar een Palestijnse vakbond wordt in Israël niet erkend en dus staan de werknemers vaak machteloos.

Dit laatste woord horen we veel maar de Palestijnen zijn blij met onze komst en onze solidariteit. Onze aanwezigheid gaat niet opgemerkt voorbij. In de krant Al Quds lezen we een verslag van onze ontmoeting met de gouverneur. De gesprekken met gewone Palestijnse arbeiders blijven ons echter het meeste bij.

Dit weekend keert onze terug naar België. Begin volgende lees je in derde verslag meer over het laatste deel van de missie


 



Op donderdag rijden we naar Ramallah, de administratieve en politieke hoofdstad van Palestina. De Minister van Arbeid van de Palestijnse autoriteit, Ahmed Majdalani, wacht ons op. We vertellen hem over ons persbericht (zie ook elders op onze website) om de Belgische economische missie naar Israël aan te klagen. We leggen ook uit dat wij als AC druk uitoefenen om binnen het IVV (Internationaal Vakverbond) de steun aan Palestina te verhogen en om Histadrut, de Israëlische vakbond aan te manen om de bezetting te veroordelen. Paul Lootens, federaal secretaris, krijgt ook de kans om ons standpunt toe te lichten aan de nationale Palestijnse TV.
Met de minister bespreken we de arbeidswetgeving die de Palestijnse regering voorbereidt, het systeem van sociale inspectie, de installatie van arbeidsrechtbanken,… Maar het is duidelijk dat dit alles nog in zijn kinderschoenen staat. We brengen ook een blitzbezoek aan het graf van Yasser Arafat.
In Ramallah hebben we die dag nog 4 andere ontmoetingen met syndicalisten en activisten. Naamkaartjes worden volop uitgewisseld om in de toekomst informatie te kunnen uitwisselen. We zitten onder andere samen met de projectcoördinator van het project van de Deense vakbond 3F en met mensen van het comité voor de vrijlating van politieke gevangenen. Deze ontmoeting is zeer actueel gezien er volop onderhandelingen bezig zijn voor een gevangenenruil. Hamas zou de Israëlische soldaat Gilat Shalid vrijlaten in ruil voor de vrijlating van Palestijnse gevangenen. Eén van de belangrijkste politieke gevangenen is Marwan Barghouti. Hij wordt aanzien als de toekomstige politieke leider van de Palestijnen die ook eenheid kan brengen onder de Palestijnen. Maar hij is veroordeeld door Israël tot 5x levenslang vanwege zijn rol in de Intifada.

Vrijdag bezoeken we 2 vluchtelingenkampen in Bethlehem (Aida en Deheishe) waar samen bijna 18.000 vluchtelingen leven. Deheishe bestaat al 60 jaar (een triestige verjaardag). 60% van de bewoners in dit kamp is jonger dan 24 jaar! In totaal zijn er op de Westelijke Jordaanoever alleen al 19 kampen waarin ongeveer 200.000 mensen wonen. In totaal zouden er wereldwijd ongeveer 6 miljoen Palestijnse vluchtelingen zijn. Voor veel Palestijnen is het recht op terugkeer voor de vluchtelingen noodzakelijk als basis voor vrede.
In de vluchtelingenkampen wonen veel mensen dicht op elkaar; en de armoede is er groot. Alhoewel er al inspanningen gedaan zijn voor huisvesting, sanitair (vroeger was er 1 toilet per 1000 mensen) en scholen, is de situatie er vaak nog schrijnend en is men afhankelijk van de VN-vluchtelingenorganisatie. De vluchtelingenkampen zijn niet alleen een historisch probleem, ook nog vandaag worden Palestijnen van hun grond verjaagd.
De organisatie BADIL (www.badil.org) heeft een Franstalige en Engelstalige website waar allerlei informatie verzamelt wordt over deze kwestie en de rechten van de vluchtelingen verdedigt. Ook met hen gingen we spreken.
Als laatste ontmoeten we enkele vertegenwoordigers van de transportvakbond binnen de PGFTU. Zij leggen de moeilijke werkomstandigheden uit van de duizenden taxi-, bus-en vrachtwagenchauffeurs.
Frans Wuytack, een activist van 75 jaar die jaren doorbracht in de sloppenwijken van Venezuela en er de rechten van de armsten verdedigde, is ook lid van onze delegatie. Frans is ook beeldhouwer. Hij liet in de muur rond Betlehem een gebeitelde herdenking aan ons bezoek achter.

Onze laatste voormiddag besteden we aan een gesprek met de Britse schrijver Jonathan Cook. Hij schreef al 3 boeken over het Israëlisch-Palestijnse conflict. Hij geeft ons een kijk op hoe de Joodse politiek in elkaar zit. We horen hoe de politiek van Israël er op gericht is om zoveel mogelijk Palestijnen op een zo klein mogelijk stuk land te houden en dat de oorlogseconomie in dit land op volle toeren draait. Enkele rijke families, wapenfabrikanten en beveiligingsfirma’s profiteren optimaal van dit conflict. De Israëlische scholen waar het radicaalst les gegeven wordt, krijgt het meest subsidies en de Bijbel is overal het belangrijkste geschiedenishandboek.

Op de luchthaven worden we onderworpen aan de strengste controle dusver. We krijgen een spervuur van vragen over wat we komen doen zijn en elk lid van de groep moet zijn volledige bagage tonen en die wordt streng gecontroleerd. Wanneer Palestijnse sjaals en affiches opduiken, is het hek van de dam en nemen de vragen én commentaren (“weten we wel wie we steunen” ?!) toe. De bedoeling is duidelijk: pottenkijkers zijn niet welkom en ze willen ons demotiveren om nog terug te komen. We voelen een klein beetje de pesterijen die Palestijnen dagdagelijks ondergaan.

Onze vele ontmoetingen van deze week stonden allemaal in het teken van de doelstellingen van onze inleefreis:
-een beeld krijgen van de diverse aspecten van de Palestijnse kwestie: de Apartheidsmuur, de Israëlische bezettingsproblematiek, de vluchtelingenkwestie, politieke gevangenen, de demografische politiek,…
-ontmoetingen met syndicalisten en meer bepaald met de vakbond PGFTU en onze projectpartner PGFTU Petrochemie
-als AC ambassadeur zijn van de Palestijnse kwestie naar onze leden, het ABVV, de Belgische politiek en de internationale vakbondsfederaties.

De komende weken en maanden zullen we onze ervaringen uitdragen en onze solidariteit met de Palestijnse vakbonden en bevolking versterken.

 
 
 

 

 [Terug naar de hoofdpagina]