Dossier Pensioenhervorming - Actualiteit

Groenboek over pensioenhervorming


Green_boek

De definitieve versie van het Groenboek in het kader van
de pensioenconferentie is nu beschikbaar. Deze werd op donderdag 25 maart goedgekeurd door de Ministerraad.


Download hier


Pensioenhervorming : Het ABVV heeft een realistisch voorstel

Het ABVV heeft de pensioenconferentie goed voorbereid en geeft aan zijn onderhandelaars een becijferd en realistisch voorstel tot verbetering van de pensioenen mee.

De huidige pensioenen zijn immers veel te laag. Het gemiddeld pensioen van een (mannelijke) werknemer bedraagt slechts 1.000 euro bruto per maand. Het gemiddelde pensioen van een werkneemster ligt nog lager, nl. 800 euro bruto per maand. Daarmee staan we onderaan de ladder in Europa.

Voor een kwart van de gepensioneerden dreigt armoede, en het werknemerspensioen staat niet in verhouding tot het vroeger loon en de betaalde sociale bijdragen. Dit moet dringend verbeteren.

Daarom willen wij het wettelijk pensioenstelsel verder uitbouwen. Dat is het enige stelsel dat het verzekeringsprincipe en solidariteit waarborgt is t.o.v. werknemers die afgedankt worden of het ongeluk hebben langdurig ziek te vallen.

Van de tweede pensioenpijler kunnen nog lang niet alle werknemers genieten en de fiscale voordelen van de derde pijler zijn ongelijk verdeeld.

Het ABVV stelt voor om de pensioenen met een kwart te verhogen, door het progressief optrekken van het berekeningspercentage van 60 naar 75% van het vroegere loon, voor de werknemers uit de privésector. Dit zal 2,4 miljard euro kosten.

Het ABVV is bereid om hiervoor de werknemersbijdrage te verhogen, op voorwaarde dat ook de werkgevers en de overheid eenzelfde inspanning leveren. Voor de overheid kan deze meeruitgave gecompenseerd worden door de belastingvoordelen voor het individueel pensioensparen tegelijkertijd af te bouwen.

Geen generatiepact bis

Voor het ABVV moet de pensioenconferentie leiden tot verbeteringen, niet tot achteruitgang zoals sommigen bepleiten door een generatiepact bis voor te stellen.

De jongste pensioenhervorming werd immers pas vorig jaar voleindigd. Iedereen moet nu 45 loopbaanjaren bewijzen om recht te hebben op een volledig pensioen. Door deze inspanning van de werknemers werd al 625 miljoen euro bespaard.

En het generatiepact is nog niet eens op kruissnelheid gekomen: pas in 2014 zullen de vrouwen 38 loopbaanjaren moeten hebben om nog op brugpensioen te kunnen gaan.

Bovendien is de gemiddelde uittredingsleeftijd in de periode 2001-2007 bij de arbeiders van 56,7 jaar naar 57,8 jaar gestegen; bij de bedienden is er een evolutie van 57,8 jaar naar 59 jaar (bron: Steunpunt tewerkstelling). Dus lang niet iedereen gaat op 55 met pensioen !

Bovendien waren nooit tevoren zoveel mensen actief in ons land. Het percentage actieven steeg van 56,8% in 1997 tot 62,4% in 2008. Hierbij moet nog rekening gehouden worden met het feit dat de leerplicht ervoor zorgt dat er in België geen tewerkstelling is voor de 15 tot 18- jarigen. Voor de werknemers tussen 55 en 64 jaar steeg het percentage in diezelfde periode van 22,1% naar 34,5%.

Het is bovendien bijzonder verrassend om mensen nu te dwingen langer te werken, terwijl er elke dag nieuwe werklozen bij komen, ook in de categorie ouder dan 55 jaar, door de grootste crisis sinds de jaren ’30. Crisis die het gevolg is van de speculaties en de winsthonger van de bank en de financiële sector. De eerste prioriteit is dan ook bestaande banen te behouden en er nieuwe te creëren. Vergeten we ook niet dat dit jaar 110.000 jongeren op de arbeidsmarkt zullen komen.

Het ABVV heeft altijd gesteld dat langer werken voor oudere werknemers kan, maar dat dit mogelijk gemaakt moet worden doordat de werkgevers daar de voorwaarden voor scheppen (recht op minder zwaar werk, overgang van nacht naar dagploeg, aanpassing arbeidsvoorwaarden…). Die voorwaarden zijn nog lang niet vervuld !



Een sociale maatregel : socio-economische factoren

De begroting en budgetten van de federale regering voorzien voor het jaar 2010 een sociale maatregel in de beroepsziekten. Ook het ontwerp van programmawet dat wij reeds konden inkijken vermeldt dat een oude besparingsmaatregel in de beroepsziekteregeling vanaf 1/01/2010 zou worden recht gezet.
Tot op vandaag wordt een percentage blijvende arbeidsongeschiktheid als gevolg van een beroepsziekten berekend door de samenstelling van een percentage voor het verlies van de fysieke ongeschiktheid en een percentage voor het verlies van de economische capaciteit om te werken.
Op het moment dat een slachtoffer de leeftijd van 65 jaar bereikt, wordt het percentage waarvan een slachtoffer geniet en dat de basis vormt voor de berekening van zijn uitkering herzien. Meer bepaald, het percentage voor het verlies van zijn economische capaciteit om te werken, wordt niet meer mee in rekening gebracht. De uitkering wordt dan enkel berekend op basis van het percentage fysieke arbeidsongeschiktheid.
Als gevolg zagen heel wat slachtoffers van beroepsziekten hun uitkering, bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar, aanzienlijk dalen. Dit is bovendien slechts een van de vele maatregelen die in het verleden reeds werden genomen om te besparen in de uitgaven van de sociale zekerheid en steeds weer een negatieve invloed hadden op het inkomen van de slachtoffers van beroepsziekten.

De budgetten voor 2010 en het ontwerp van programmawet voorzien nu in een rechtzetting waarbij alle slachtoffers van beroepsziekten die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt of na 1/1/2010 zullen bereiken, hun percentage voor verlies van socio-economische factoren, zullen blijven behouden. Dit zal het inkomen van ruim 23.000 slachtoffers van beroepsziekten die vandaag reeds de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt, verbeteren.
Wij voeren reeds jaren een strijd voor een betere erkenning van slachtoffers van beroepsziekten en zijn dus verheugd dat een oude maatregel, genomen als besparing in de sociale zekerheid, vervalt en heel wat slachtoffers een betere uitkering bezorgt.
Er is echter nog werk aan de winkel om slachtoffers van een beroepsziekte correct te vergoeden voor de geleden schade, we denken onder meer aan de decumul regeling bij het bereiken van het pensioen.


CAO 91 treedt in werking

Brugpensioen voor mindervaliden of werknemers met ernstige lichamelijke problemen



Het generatiepact heeft de bedoeling de toegang tot het brugpensioen te bemoeilijken en op termijn het stelsel te laten uitdoven. Het ABVV en de Algemene Centrale hebben zich met hand en tand hiertegen verzet. Ondanks de goedkeuring van het generatiepact zijn we er toch in geslaagd om een aantal versoepelingen aan te brengen. Dat is zo bijvoorbeeld gelukt voor het brugpensioen voor de werknemers die mindervalide zijn of ernstige lichamelijke problemen hebben. De regeling gaat in op 1 januari 2010.

Voor alle duidelijkheid, wij streven er nog altijd naar de meest gunstige arbeidsvoorwaarden te verzekeren voor alle werknemers en zeker voor al diegenen met een moeilijke job. Aangezien dit jammer genoeg niet altijd mogelijk is en bepaalde functies zwaar doorwegen op de gezondheid van heel wat werknemers, zouden ze de arbeidsmarkt vroeger moeten kunnen verlaten.

Werknemers die het brugpensioenstelsel willen gebruiken dat nu in voege treedt, moeten eerst een procedure doorlopen bij het Fonds voor Arbeidsongevallen (FAO) of het Fonds voor Beroepsziekten (FBZ). Op basis daarvan kan de werkgever de ontslagprocedure opstarten of kan hij de opzegtermijn betekenen die gepresteerd moet worden met het oog op het brugpensioen.

Wie komt in aanmerking voor dit brugpensioenstelsel ?

De CAO is van toepassing op werknemers van 58 jaar met 35 jaar loopbaan op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De leeftijd moet zijn bereikt in de periode van 1 januari 2010 tot 31 december 2012.

Dit systeem van brugpensioen is interessant vanaf 2010 voor de mannen omdat vanaf dan voor hen de loopbaanvereiste opgetrokken wordt tot 37 jaar voor brugpensioenen op 58 jaar (algemeen stelsel).

Het stelsel werkt voorlopig maar tot 2012. Indien het daarna wordt verlengd, zal het voor de vrouwen enkel vanaf 2014 interessant worden. Op die datum zullen ze een loopbaan van 38 jaar moeten bewijzen, willen ze op 58 jaar op brugpensioen gaan.

Over welke categorieën gaat het?

Het gaat om werknemers die mindervalide zijn of ernstige lichamelijke problemen hebben.
Er zijn 3 categorieën werknemers die in aanmerking komen.

Mindervalide werknemers erkend door een bevoegde overheid. Dat zijn werknemers die voldoen aan de medische voorwaarden om ingeschreven te worden in een agentschap voor personen met een handicap; werknemers die voldoen aan de medische voorwaarden om recht te hebben op een inkomensvervangende tegemoetkoming of een integratie-uitkering; doelgroepwerknemers in beschutte werkplaatsen en sociale werkplaatsen; werknemers met een blijvende arbeidsongeschiktheid van meer dan 65 % ten gevolge van een arbeidsongeval of een beroepsziekte.

Deze werknemers moeten geen procedure doorlopen. Bij hun aanvraag voor brugpensioen moeten zij enkel het bewijs leveren dat zij tot een van bovenvermelde werknemers behoren. Daarvoor volstaat een attest.

Werknemers met ernstige lichamelijke problemen. Het gaat om werknemers met ernstige lichamelijke problemen die geheel of gedeeltelijk veroorzaakt zijn door de beroepsactiviteit en die de verdere uitoefening van hun beroep significant bemoeilijken.

De ernst van de lichamelijke problemen wordt niet beoordeeld in functie van een percentage van ongeschiktheid.

Deze werknemers moeten een procedure volgen om door het Fonds voor Arbeidsongevallen te worden erkend als werknemer met ernstige lichamelijke problemen. Een aanvraagformulier (C91/1) kan worden bekomen bij het Fonds voor Arbeidsongevallen (www.fao.fgov.be)
of bij de plaatselijke AC-afdeling. De aanvraagprocedure tot erkenning voor ernstige lichamelijke problemen kan zes maanden duren.

Werknemers gelijkgesteld aan werknemers met ernstige lichamelijke problemen.
Werknemers die blootgesteld werden aan asbest kunnen in bepaalde gevallen worden gelijkgesteld met werknemers met ernstige lichamelijke gebreken. Deze werknemers moeten een procedure volgen om een attest bij het Fonds voor de Beroepsziekten te bekomen. Een aanvraagformulier (C91/2) kan worden bekomen bij het Fonds voor de Beroepsziekten (www.fmp-fbz.fgov.be) of bij de plaatselijke AC-afdeling.

De beperkingen van het stelsel

Deze CAO omvat een aantal beperkingen. Ze werd immers voor een bepaalde duur gesloten van 1 januari 2010 t.e.m. 31 december 2012. Bovendien voorziet de CAO erin dat enkel 1200 werknemers voor dit brugpensioen in aanmerking komen, hetgeen absoluut niet door de beugel kan. Een commissie ‘zware beroepen’ werd opgericht in de Nationale Arbeidsraad om de werking en het resultaat van het stelsel te evalueren, maar ook om de regels aan te passen indien de kaap van 1200 gevallen wordt overschreden.
Belangrijker is dat CAO 91 geen oplossing biedt voor de slechte arbeidsomstandigheden. Zoals we reeds aanhaalden in onze congresresoluties weigeren we ons leven op het spel te zetten om ons brood te verdienen.