|
Perspectieven
voor de toekomst -
Debat |
|

Klik hier voor
debatten over de
toekomst van de
vakbonden

Het boek ‘Perspectieven
voor
de vakbond van
morgen’, gebaseerd
op basis van de
debatten bij de
gewestelijke
afdelingen van de
Algemene Centrale,
is te verkrijgen bij
de gewestelijke
afdelingen van de
Algemene Centrale
|
|
Inleiding
-
Express
vragen
-
Onderwerpen
-
Reacties |
|
|
In
2009 blies
de Alg.
Centrale
zijn 100ste
kaars uit.
Ter
gelegenheid
hiervan
werden
verschillende
activiteiten
georganiseerd.
We kunnen
hierbij de
tentoonstelling
100 jaar AC
en de
publicatie
van 2 boeken
onderstrepen.
1 Boek over
het verleden
en 1 boek
over de
toekomst.
Vanaf 2010
is het
vooral de
toekomst die
onze
aandacht
trekt.
Debatten
werden
georganiseerd
in de
verschillende
afdelingen
om van
gedachten te
wisselen
waar we, als
vakbond, in
de toekomst
naartoe
willen. Het
is eveneens
mogelijk
online
hierover te
debatteren.
Gedurende
enkele weken
zullen er
dan ook 3
onderwerpen
gelanceerd
worden in
“De Nieuwe
Werker” en
hieronder
worden
weergegeven.
Het is
vanzelfsprekend
mogelijk te
reageren
door
hier te
klikken.
Er worden drie
grote
onderwerpen
ter sprake
gebracht:
hoe staat
het met de
identiteit
en het imago
van de
vakbond? Hoe
past de
vakbond zich
aan de
Europese
eenmaking en
de
mondialisering
aan? Hoe
moeten we
morgen
opkomen voor
solidariteit,
voor
syndicale
rechten,
voor waardig
werk en voor
een
milieuvriendelijke
samenleving?
De debatten
zijn open
verklaard !
|
|
|
|
Express
vragen:
Thema 7 -
Is er genoeg
aandacht
voor
kwetsbare
werknemers?
Thema 6 -
Zullen de
stakingsacties
verdwijnen
in de
toekomst?
Thema 5 -
Heeft de
vakbond nog
invloed op
de politiek?
Thema 4 -
Heb je
vertrouwen
in je
vakbond?
Thema 3 -
Moet de
Europese
vakbond
belangrijker
worden dan
de eigen
Belgische
vakbond?
Thema 2 -
Brengt
onderaanneming
de syndicale
rechten in
gevaar?
Thema 1 -
Kan jij je
inbeelden
dat er banen
verloren
gaan in je
onderneming
vanwege het
klimaat?
Klik hier om
te reageren
|
|
De
onderwerpen van het
debat |
|
|
7de
thema - Is
er genoeg
aandacht
voor
kwetsbare
werknemers?
Heel wat
auteurs
stellen in
hun bijdrage
dat de
vakbeweging
meer
aandacht
moet hebben
voor het
organiseren
en
verdedigen
van
kwetsbare
groepen in
onze
samenleving.
Guy Van Gyes
stelt het
als volgt:
“Er moet
bijzondere
aandacht
worden
gevraagd
voor de
nieuwe en
groeiende
groep van
outsiders op
de
arbeidsmarkt:
tijdelijken,
laaggeschoolden
of migranten.
Op het vlak
van loon,
bijkomende
bescherming,
zekerheid of
opleiding
moeten zij
met heel wat
minder
tevreden
zijn. De
opkomst van
de
kenniseconomie
versterkt
dat nog”.
Saskia
Ravesloot
heeft het
over gelijke
rechten voor
mannen en
vrouwen en
schrijft:
“De
Vrouwencoördinatie
van de
Algemene
Centrale
blijft
aandacht
vragen voor
discriminatie
inzake
arbeidsvoorwaarden.
Verder roept
ze op voor
maatregelen
die de
combinatie
arbeid en
gezin
ondersteunen,
onder andere
voor meer
collectieve
voorzieningen
voor
kinderopvang.
Dat vandaag
deze eisen
nog steeds
op de agenda
staan, geeft
aan dat
veranderingen
slechts
traag op
gang komen”.
Werkzoekenden
Jean Faniel
doet de
opvallende
uitspraak
dat de
vakbond veel
meer moet
doen voor
werkzoekenden:
“Dat is
onontbeerlijk
om de
situatie van
alle
werknemers
te
verbeteren,
aangezien
ook door de
werkloosheid
loon en
arbeidsvoorwaarden
van actieve
werknemers
ernstig
achteruitgaan.
Het is
noodzakelijk
de
werklozenwerking
te
versterken
en hun een
grotere
plaats in de
vakbond te
geven. Niet
alleen omdat
zij een niet
onaanzienlijk
deel van de
vakbondsleden
uitmaken,
maar ook
omdat zij de
aangewezen
personen
zijn om
informatie
over de
problemen
van de
werklozen
door te
spelen, om
ze te
organiseren
en te
mobiliseren”.
Mensen
zonder
papieren
En ten
slotte halen
we ook nog
Isabelle
Ponet aan
die het
heeft over
het
engagement
van
vakbonden
voor mensen
zonder
papieren: “Regularisering
van mensen
zonder
papieren is
noodzakelijk,
maar moet
door de
vakbondsorganisaties
gecontroleerd
worden. Zij
alleen
kunnen
erover waken
dat de
regularisering
geschiedt
met respect
voor de
belangen van
alle
arbeiders,
die met en
die zonder
papieren.
Zij alleen
kunnen
erover waken
dat de
regularisering
aan alle
mensen alle
rechten
toekent. Zij
alleen
kunnen
ervoor
zorgen dat
dit proces
de eenheid
van de
arbeiders
hier en over
de grenzen
versterkt,
door te
weigeren de
zwakste
landen te
beroven van
hun beste
krachten,
maar door
integendeel
de syndicaal
georganiseerde
arbeid in
hun land van
herkomst te
bevorderen”.
Klik hier om
te reageren
|
|
|
6de
thema -
Staken: wie
wil het nog,
wie kan het
nog?
In onze
reeks over
de toekomst
van de
vakbeweging
staan deze
keer twee
bijdragen in
de kijker
uit het boek.
De ene
bijdrage
gaat over
arbeidsverhoudingen,
de andere
over
stakingen.
Twee
verschillende
onderwerpen
maar die
toch met
elkaar in
verband
staan.
Marcelle
Stroobants
geeft in
haar
bijdrage een
beeld van de
arbeidsverhoudingen.
Zij is
docente aan
de ULB, de
Université
Libre de
Bruxelles.
Na de Tweede
Wereldoorlog
en tot 1975
kenden de
geïndustrialiseerde
landen een
tijdperk van
onafgebroken
groei, zo
stelt de
auteur.
Collectieve
onderhandelingen
zorgen
ervoor dat
de
productiviteitswinsten
ook de
werknemers
ten goede
komen. Zij
krijgen hun
deel, met
meer sociale
bescherming
en
loonsverhogingen.
De algemene
regel in die
gouden jaren
is de
voltijdse
betrekking
van
onbepaalde
duur.
Klanten in
plaats van
collega’s
Vanaf de
eerste grote
oliecrisis
in 1974
keert het
tij. Er
breekt
voorgoed een
werkgelegenheidscrisis
uit.
Werkgevers
zoeken en
vinden
allerhande
systemen om
arbeid
flexibel en
goedkoper te
maken.
Deeltijdse
arbeid,
jongerenbanen,
tijdelijke
contracten
en
uitzendwerk,
brugpensioenen,
alle
middelen
zijn goed om
loonkosten
terug te
schroeven.
Tegelijk
worden
bedrijven zo
klein
mogelijk
gehouden en
worden
zoveel
mogelijk
randtaken in
onderaanneming
gegeven. Die
versnippering
gaat ten
nadele van
de
collectieve
verdediging
van de
werknemers.
Bedrijven
zijn
netwerken
geworden,
zegt
Stroobants.
Als de
productie
stijgt
worden
werknemers
uit dat
netwerk
ingeschakeld,
daalt de
productie
dan valt het
bedrijf
terug op
eigen
krachten.
Productieschommelingen
worden dus
afgewenteld
op de
werknemers.
Wat
meebrengt
dat
werknemers
klant zijn
geworden van
elkaar, in
plaats van
collega’s.
Ze geven
elkaar werk,
of ze nemen
werk van
elkaar af.
Creatief
staken
Kurt
Vandaele die
als
onderzoeker
werkt bij
het European
Trade Union
Institute in
Brussel,
heeft het in
zijn
bijdrage
over
stakingen.
De opkomst
van kleine
bedrijven en
de grote
flexibiliteit
hebben het
moeilijk
gemaakt om
een staking
op touw te
zetten, zo
stelt hij
vast. Hij
toont ook
aan dat er
vandaag veel
minder wordt
gestaakt.
Het sociaal
overleg
heeft de
bovenhand
gekregen, er
is een heel
arsenaal aan
procedures
en
onderhandelingen
waarmee veel
stakingsdreigingen
afgewend
worden. Dat
belet echter
niet dat
stakingsacties
vaak nog
nodig zijn.
Er moet wel
meer oor
zijn voor de
noden van
werknemers
die
verstrikt
zitten in
flexibele en
onzekere
statuten.
Kurt
Vandaele
kijkt naar
de
mondialisering
van de
economie en
pleit voor
een
grensoverschrijdende
vakbondswerking,
met een
internationaal
stakingsrecht,
en een
internationale
stakingskas.
Hij meent
ook dat
vakbonden
creatiever
moeten
omgaan met
het
stakingswapen.
In onze ‘mediademocratie’,
zo besluit
hij, is het
van het
grootste
belang de
sympathie
van de
publieke
opinie te
winnen voor
collectieve
acties. Daar
wordt veelal
te weinig
aandacht aan
geschonken.
Klik hier om
te reageren |
|
|
5de thema
- Hoe zwaar
weegt de
vakbond in
de politiek?
Welke
invloed
heeft de
vakbeweging
op de
politieke
besluitvorming?
Hoe is de
relatie
tussen
vakbond en
politieke
partijen?
Moet het
niet anders
en beter? In
deze
verkiezingstijd
is het van
pas bij die
vragen stil
te staan.
Het
onderwerp is
ook
belangrijk
als het gaat
over de
toekomst van
de vakbond.
Luc Vanneste
was lange
jaren
vakbondssecretaris
van het
ABVV. In
zijn tekst
gaat hij
dieper in op
de
verhouding
tussen
vakbond en
politiek.
Vanneste
komt tot
vier
bevindingen.
De vakbond
moet
duidelijker
zijn over
zijn
ideologie en
zeggen hoe
de
maatschappij
moet
veranderen,
zo stelt hij.
Daarvoor is
het
noodzakelijk
dat de
interprofessionele
werking van
de vakbond
meer gewicht
krijgt. Er
moet ook
gewerkt
worden aan
sterkere
internationale
interprofessionele
organisaties.
En er moet
gezocht
worden naar
nieuwe
vormen van
samenwerking
met
politieke
partijen.
De visie op
een andere
maatschappij
en een
andere
toekomst zit
op de
achtergrond,
vindt Luc
Vanneste.
Vakbonden
zijn in de
eerste
plaats bezig
met het
verdedigen
van
werknemers
in hun
bedrijf, met
hun belangen
in hun
sector. De
interprofessionele
aanpak
verliest
daardoor aan
belang. Maar
het is juist
daar dat een
vakbond
maatschappelijke
invloed
heeft, dat
hij politiek
gewicht in
de schaal
gooit. Er
moet dus
meer
interprofessioneel
gedacht en
gewerkt
worden. Want
als
belangenverdediging
in bedrijven
en sectoren
de aandacht
wegkaapt
wordt de
vakbond een
soort
consumentenvereniging,
zonder
politieke
boodschap
Een
nieuw
politiek
project
Als je
vandaag ziet
hoe de vrije
markt
volledig
ontspoort,
wordt
duidelijk
hoe
belangrijk
het is daar
een andere
ideologie,
een ander
maatschappijbeeld
tegenover te
stellen,
zegt Luc
Vanneste. Er
is een nieuw
sociaal
contract
nodig dat
mensen aan
de onderkant
van de
sociale
ladder
omhoog helpt,
dat ook oog
heeft voor
de
middengroepen
in onze
samenleving
en dat de
problemen
van de
multiculturele
samenleving
aanpakt. Het
is een
politiek
project waar
de vakbonden
een cruciale
rol in
spelen. Want
politiek is
meer dan
partijpolitiek.
De vakbond
is niet meer
als
vanzelfsprekend
verbonden
met één
politieke
partij. De
leden van
het ABVV
stemmen niet
meer
automatisch
voor de
socialistische
partij zoals
dat ooit het
geval was.
Dan moet er
ook niet
meer
gesproken
worden over
historische
familiebanden.
Zoek andere
samenwerkingsverbanden,
sla de
handen in
elkaar om
concrete
gemeenschappelijke
maatschappijvisies
te
realiseren,
zegt de
auteur. Dan
spreek je
heldere taal
voor de
mensen. Als
de vakbond
die
politieke
rol wil
opnemen moet
hij wel meer
interprofessioneel
denken,
werken en
naar buiten
komen. En
dat is zeker
bij het ABVV
een groot
probleem,
besluit Luc
Vanneste.
Een probleem,
en een hele
opdracht om
eruit te
geraken.
Klik hier om
te reageren
|
|
|
4de thema
- Hebben
werknemers
vertrouwen
in de
vakbonden?
Er wordt
nogal
gemakkelijk
gezegd dat
vakbonden
niet in de
smaak vallen
van de
publieke
opinie. Maar
is dat wel
juist? In
ons land
zijn 3
miljoen
werknemers
lid van een
vakbond. Het
ABVV telt
1.400.000
leden. Zijn
al die
mensen
aangesloten
bij een
vakbond
omdat ze er
geen hoge
dunk van
hebben? Dat
klopt niet.
Hoe staat
het met het
bestaansrecht
van
vakbonden?
Wat vindt de
wereld van
die
vakbonden?
En vooral,
hoe groot is
de steun die
vakbonden
van
werknemers
krijgen?
Daarover
zijn
grondige
opinieonderzoeken
gevoerd. De
resultaten
komen uit
Vlaanderen
maar geven
een goed
algemeen
beeld. Ze
tonen aan
dat 3
werknemers
op 4
vertrouwen
hebben in de
vakbonden.
Dat men hun
rol
belangrijk
vindt blijkt
ook uit de
deelname aan
sociale
verkiezingen.
Wie
is bij een
vakbond?
Het is ook
interessant
te weten wie
aansluit bij
een vakbond.
De
syndicalisatiegraad
ligt in
België in
ieder geval
veel hoger
dan elders
in Europa.
Alle
leeftijden
zijn
ongeveer
gelijk
vertegenwoordigd.
Dat spreekt
tegen dat
jongeren de
vakbonden de
rug toekeren.
Grote
verschillen
zijn er wel
als men naar
de opleiding
en het
beroep van
de
werknemers
kijkt. Bij
hogere
bedienden
zijn 33
werknemers
op 100
gesyndiceerd,
bij
geschoolde
arbeiders is
dat 60 op
honderd. 49
op 100
lagere
bedienden
zijn lid van
een vakbond,
bij
ongeschoolde
arbeiders is
dat 67 op
100.
Werknemers
waarderen
het ook heel
erg dat de
vakbonden
mee op de
werkvloer
staan, dat
er zoveel
delegees
zijn die
heel dicht
bij hen
staan. En
welke greep
hebben
vakbonden op
de
arbeidsvoorwaarden?
Onze
collectieve
arbeidsovereenkomsten
geven daar
een goede
indicatie
over. 9
werknemers
op 10 in ons
land
genieten de
voorwaarden
van een cao.
In Duitsland
bijvoorbeeld
is dat maar
goed 6 op
10.
Maar cijfers
zeggen lang
niet alles.
Ze tonen
trouwens dat
er de
laatste
jaren geen
vooruitgang
meer is. En
stilstaan is
achteruitgaan,
stelt de
auteur. Er
zijn nieuwe
ontwikkelingen
waar de
vakbonden
moeten op
inspelen, en
Guy Van Gyes
noemt er
vier.
Een
wervende
slogan
Vakbonden
moeten
bijzondere
aandacht
hebben voor
de outsiders
op de
arbeidsmarkt.
De
tijdelijke
werknemers,
de
laaggeschoolden,
de migranten.
Zij hebben
het zeer
moeilijk op
het gebied
van loon,
bescherming,
zekerheid en
opleiding.
Vakbonden
moeten niet
alleen iets
doen voor
hen, maar
vooral ook
iets doen
samen met
hen.
Vakbonden
moeten ook
rekening
houden met
de grote
beweegbaarheid
van de
arbeidsmarkt
vandaag.
Werknemers
veranderen
veel sneller
van baan,
vallen uit
de boot en
moeten ander
werk zoeken,
of kiezen
zelf voor
een
rustpauze.
Maar kan
ieder wel
uit de
voeten met
al dat
knutselwerk?
Vakbonden
moeten
zorgen voor
ondersteuning
en
begeleiding,
zo meent de
auteur.
Als derde
aandachtspunt
wijst Van
Gyes erop
dat de
machtigen
van de
wereld niet
langer
nationaal,
maar
internationaal
zijn.
Vakbonden
organiseren
zich wel op
Europese en
internationale
schaal, maar
er is nog
veel werk
aan de
winkel
vooraleer
zij hand in
hand, over
alle grenzen
heen, een
sociale
strijd met
succes
kunnen
voeren.
En ten
slotte heeft
de
vakbeweging
volgens Van
Gyes nieuwe,
begeesterende
strijdthema’s
nodig. Met
wervende
slogans die
nieuwe
sociale en
economische
ideeën naar
voor
schuiven. De
strijd voor
“Een
Europees
Minimumloon”
is
bijvoorbeeld
zo’n wervend
idee.
Klik hier om
te reageren
|
|
|
3de thema
- Is de
Europese
vakbond
belangrijker
dan de
Belgische?
In Europa,
goederen
diensten en
mensen
kunnen vrij
circuleren.
Maar er is
geen sociaal
Europa, of
het blijft
in ieder
geval zwaar
in gebreke.
Het pensioen
of de
ziekteverzekering
zijn beter
in het ene
land dan in
het andere.
15 procent
van de
Europeanen
heeft een
uurloon dat
meer dan één
derde lager
ligt dan het
gemiddelde
inkomen in
hun land. Er
is dus echte
armoede in
het rijkste
continent
van de
wereld.
Goedkope
arbeidskrachten
Europese
richtlijnen
zijn er
genoeg. Ze
hebben zelfs
de bovenhand
op nationale
wetten. Maar
er zijn geen
Europese
collectieve
arbeidsovereenkomsten.
En dat is
niet zonder
gevolgen.
Neem maar de
detacheringsrichtlijn
die bepaalt
dat Europese
werknemers
in een ander
land van de
Europese
Unie kunnen
werken tegen
de loon- en
arbeidsvoorwaarden
van dat
land, maar
met de
sociale
zekerheid
van het
thuisland.
De
regelgeving
zit vol
gaten en de
controle is
zo gebrekkig
dat er
ontzettend
veel
misbruiken
ontstaan.
Buitenlandse
werknemers
krijgen niet
waar ze
recht op
hebben, ze
worden
uitgebuit
als goedkope
arbeidskrachten
en op die
manier komen
de loon- en
arbeidsvoorwaarden
in het
gastland in
gevaar. Men
spreekt over
sociale
dumping. Het
zorgt ook
voor
oneerlijke
concurrentie.
Hoe moet de
vakbond de
strijd
aanbinden
voor een
sociaal
Europa? Er
is
natuurlijk
al een
Europese
vakbeweging,
met het EVV,
het Europees
Vakverbond
als
voornaamste
koepelorganisatie.
En in grote
grensoverschrijdende
ondernemingen
zijn er
Europese
ondernemingsraden
die de
vakbonden in
staat
stellen
samen op te
komen voor
de rechten
van
werknemers.
Maar
volstaat dat?
Moeten
nationale
vakbonden
niet veel
meer gewicht
en gezag
geven aan
een Europese
bond? En ook
middelen?
Moet er niet
veel verder
gedacht
worden dan
de Europese
ondernemingsraden
waarvan vele
nog in de
kinderschoenen
staan en die
uiteindelijk
alleen
nuttig zijn
voor grote
bedrijven?
Minimumloon
voor
iedereen
Er worden
nieuwe
ideeën op
tafel
gegooid. Zo
wordt er
gezegd dat
de
vakbeweging
haar
krachten
moet
bundelen om
een
interprofessioneel
minimumloon
voor alle
landen van
de Europese
Unie tot
stand te
brengen. Dat
zou al een
eerste stap
zijn naar
gelijke
rechten voor
alle
werknemers.
Maar
eigenlijk
moet de hele
sociale
bescherming
van
werknemers
niet langer
op nationaal
maar op
Europees
vlak worden
georganiseerd.
Ook de
syndicale
rechten,
zoals het
stakingsrecht,
moeten door
Europa
worden
gegarandeerd.
Moet de
Europese
vakbond dan
niet
belangrijker
worden dan
de eigen
Belgische
vakbond?
Klik hier om
te reageren |
|
|
2de thema
- Wie werkt
nog in een
groot
bedrijf?
Al een hele
tijd merken
we een
verandering
van
terwerkstelling.
De
diensteneconomie
wint met de
dag aan
belang in
rijke landen
zoals België.
Men heeft
het over de
tertiaire
sector en de
tertialisering.
De
informatica
is daar heel
belangrijk
bij, maar
diensten
gaan ook
over
onderhoud,
of
zorgverlening
bijvoorbeeld.
De landbouw
zorgt al
lang niet
meer voor
veel jobs.
Maar ook de
industrie
verliest
veel terrein.
Pakweg 20%
van de
werkgelegenheid
heeft nog te
maken met de
industriële
productie.
Versnippering
Deze groei
van de
dienstensector
brengt mee
dat steeds
meer hele
kleine
ondernemingen
ontstaan
waar
syndicale
vertegenwoordiging
niet
verplicht
wordt door
de wet. Op
de 200.000
ondernemingen
in België
zijn er geen
6.000 met
meer dan 100
werknemers.
Grote
industriële
ondernemingen
laten zeer
veel werk
over aan
dienstenbedrijven.
De
schoonmaak,
de
verpakking,
de
keukendiensten,
de bewaking,
het wordt
allemaal
uitbesteed
aan derden.
Werknemers
raken dus
eindeloos
versnipperd.
De
schoonmaakster
wordt
uitgezonden
naar een
vreemd
bedrijf en
heeft
nauwelijks
contact met
de
vakbondsafgevaardigde
van haar
eigen
bedrijf. De
vakbond in
een grote
fabriek
heeft de
grootste
moeite om
problemen op
te lossen
van
werknemers
in
onderaanneming
want die
horen bij
een ander
bedrijf,
onder een
andere
werkgever.
En met een
beetje pech
is dat een
klein
bedrijf waar
geen
syndicale
vertegenwoordiging
is. Samen
opkomen voor
een goed
loon en
goede
arbeidsvoorwaarden
is dus
bijzonder
moeilijk
geworden.
Netwerken
Er moeten
nieuwe wegen
bewandeld
worden om
werknemers
beter te
organiseren
en hun
rechten
doeltreffender
te
verdedigen.
Netwerken
zijn een
oplossing:
de vakbond
kijkt over
de muur van
het bedrijf
of de sector,
er wordt
nauw
samengewerkt
om alle
werknemers
te
vertegenwoordigen
en te
verdedigen,
ook al komen
ze van een
ander
bedrijf.
Maar
daarnaast
moet de
vakbeweging
ook het
recht
blijven
eisen op
syndicale
vertegenwoordiging
en sociale
verkiezingen
in kleine
bedrijven.
Hoe
past de
vakbond zich
aan de grote
veranderingen
op de
arbeidsmarkt
aan?
Hoe
verdedigt ze
morgen de
belangen van
werknemers
die niet
meer
allemaal
samen in een
heel groot
bedrijf
zitten maar
in vele
kleine
ondernemingen?
Klik hier om
te reageren |
|
|
1ste thema
- Verloederde
planeet
Een thema
dat de
gemoederen
alvast
stevig
beroert is
de opwarming
en de
verloedering
van onze
planeet. In
het boek ‘Perspectieven
voor de
vakbond van
morgen’
wijzen
verschillende
auteurs erop
dat het
probleem
niet zal
opgelost
worden met
alleen maar
technologische
ingrepen. De
hele
samenleving
zal anders
moeten
worden
georganiseerd.
Onze
transportmiddelen
bijvoorbeeld,
het
consumptiegedrag,
of het
energieverbruik
en de
eerlijke
verdeling
ervan tussen
rijke en
arme landen,
het moet
allemaal ten
gronde
herbekeken
worden. Dat
vraagt ook
bij de
vakbonden
een radicale
ommekeer, zo
stellen de
auteurs. Zij
moeten zowel
nationaal
als
internationaal
veel
actiever
toezien op
de
vermindering
van
broeikasgassen.
Zij moeten
een breed en
daadkrachtig
front tot
stand
brengen met
alle
bewegingen
die strijd
voeren tegen
de
milieuverloedering.
Vakbonden,
zo wordt nog
gesteld,
moeten
ijveren voor
het
stopzetten
van
vervuilende
productiemethodes,
zelfs al
heeft dat
ingrijpende
gevolgen
voor de
tewerkstelling.
Het enige
wat er nu
moet
gebeuren is
hier te
klikken en
je visie mee
te delen
over de
toekomst.
Vervolgens
zullen
jullie
reacties
gepubliceerd
worden om
het debat te
stimuleren. |
|

|
De
reacties van
het debat |
|
Frank
Debusschere |
Voorwoord
• We moeten
stoppen met
klein denken.
We moeten
geen 20 jaar
bouwen aan
een
minimumloon
waar om de
zoveel tijd
enkele
eurocenten
bijkomen.
Denk groots!
Ga voor
degelijke
leefbare
lonen in
heel Europa.
Hoe meer
mensen
werken aan
een degelijk
loon, hoe
meer er
afgedragen
wordt om een
degelijke
Europese
sociale
zekerheid op
te bouwen
die zelfs
nog beter is
die in
België.
We moeten
stoppen met
150 kleine
ideetjes na
te streven.
Alles moet
in het teken
staan van
een groots
plan.
Imago en
strategie
•
Naambekendheid
De hele
wereld
globaliseert
terwijl het
ABVV sukkelt
met
centrales,
gewesten en
afdelingen.
Autonomie
kan soms
goed zijn
maar heeft
veel nadelen.
Iedereen wil
zijn stem
hebben
binnen het
ABVV.
Niemand wil
opgaan in
het geheel..
Ik denk dat
je een
dubbele
piste moet
volgen.
Het is beter
om te
brainstormen
in kleine
groepen en
daarna met
een
gezamenlijk
standpunt
naar buiten
komen. Maar
naar werking
toe moet
iedereen
gelijk zijn.
De
afdelingen,
centrales en
gewesten
moeten
allemaal op
dezelfde
manier
besturen
volgens
dezelfde
structuur en
betalingen.
Tevens moet
er een
kleine
ruimte
blijven om
hun eigen
creativiteit
de vrije
loop te
laten. Op de
werkvloer
baalt men
van de
structuur
van de
vakbond.
Het mag niks
uitmaken of
een goed
voorstel nu
uit Limburg
komt of uit
de algemene
centrale of
uit Wallonië.
Goede
voorstellen
moeten
vanuit de
top van het
ABVV naar
alle kanten
uitgedragen
worden.
De
naambekendheid
van het ABVV
is een
sterke troef.
We moeten
niet staan
op onze naam
maar op onze
kracht
binnen het
ABVV.
Lees meer
|
|
Frank
Debusschere |
De syndicaal
afgevaardigde
moet
gemagtigd
zijn ,om
over de
grenzen van
de paritaire
comiteés
heen,controle
uit te
voeren over
loons- en
arbeidsvoorwaarden.
Werk aan
derden (onderaanneming,
uitbesteding,
interimarbeid
enz...) moet
onaantrekkelijker
worden door
alle
wetgeving
strikt toe
te passen.
Daarom
moeten
syndicaal
afgevaardigden
degelijk
opgeleid
worden zodat
ze van alle
markten
thuis zijn.
In het IPA
moeten
afspraken
gemaakt
worden zodat
de syndicaal
afgevaardigde
middelen
krijgt om
deze taak
naar behoren
uit te
voeren.
|
|
Slabbaert
Tom |
Het grote
probleem
vandaag is
dat de
solidariteit
tussen
werknemers
verder
afbrokkelt.
Arbeiders en
bedienden
leven in een
totaal
verschillende
wereld. Op
de werkvloer
zien de
mensen
elkaar aan
als vijand.
Op alle
vlakken
loopt het
verkeerd en
het egoïsme
neemt toe.
Velen zijn
nu al
jaloers op
de riante
premies die
ze gaan
ontvangen in
Opel.
Triestige
realiteit.
Natuurlijk
mogen we
niet opgeven!
We moeten
blijven
vechten en
nu vooral
onze band
met de
politiek
aanwenden.
Het is van
groot belang
dat de
socialisten
de
verkiezingen
die eraan
komen winnen.
Er zijn veel
grotere
prioriteiten
dan brussel-halle-vilvoorde;
zowel sp.a
als abvv
moeten dit
duidelijk
maken aan de
mensen.
Als we de
Belgische
solidariteit
in stand
kunnen
houden staan
we al ver,
want van
europees
solidariteitsgevoel
is totaal
geen sprake.
Kijk maar bij Opel!
|
|
Debusschere
Frank |
De
afgevaardigde
van morgen
zal werken
in een
bedrijf die
in
verschillende
paritaire
comités is
ondergebracht.
We moeten
dus naar een
systeem
evolueren
waarin er
sociale
verkiezingen
worden
georganiseerd
over de
grenzen van
paritair
comités heen.
De
afgevaardigde
moet
iedereen
vertegenwoordigen
die in
éénzelfde
bedrijf
tewerkgesteld
is.
Ook de
vakbond zelf
zal moeten
mee
evolueren.
Dit houdt in
dat we niet
meer zullen
kunnen
werken met
één sector
maar een
overkoepelend
orgaan die
de sectoren
onderling
met elkaar
verbindt met
daarboven
een
secretariscoördinator
ofzo.
Het zou al
veel helpen
mochten alle
sectoren hun
eigen CAO's
afstemmen op
elkaar zodat
het niet
meer
voordelig is
om van ene
paritair
comité naar
het andere
over te
stappen
Maar in de
eerste
plaats moet
er een
wettelijk
kader komen
zodat dit
alles kan
verwezenlijkt
worden.
Het is een
idee.
Graag
reacties aub.
|
|
Wilfried
Lagaeysse |
Als we weten
dat
Amerikaanse
privé banken
de
geldlproducenten
-
geldleveranciers
- en
gelddistributeurs
zijn van de
gehele
wereld,
staat men
tegenover
een
oninneembare
vestiging.
De de
allernieuwste
technologische
ontwikkelingen,
de modernste
economische
knowhow, de
allesbeslissende
financanciële
engineering,
en vooral
ook de
grootste en
meest
destructieve
militaire
slagkracht
van de
wereld
hebben hun
machtsbastions
in de USA.
Zij hebben
zich tot
doel gesteld
de wereld te
beheersen,
omdat hun "founding
fathers" dat
zo wilden.
Ze zijn
bereid om
daar ALLE
hun ter
beschikking
staande
middelen
voor in te
zetten.
Ongeacht wat
anderen
daarover
denken,
vragen, of
doen.
In haar boek
"De
shockdoctrine"
beschrijft
Noami Klein
wat dat
betekent en
hoe ze hun
doelstellingen
zullen
bereiken.
Landen en
volkeren
worden tegen
elkaar
opgezet en
uitgespeeld.
De
ijverigsten
onder hen,
wordt een
habbekrats
gegund, via
een
gunstbehandeling.
Mensen
moeten
beseffen dat
de drang
naar geld,
een
immergroeiende
schuld
betekent.
Hier ligt
volgens mij
de uitdaging
voor "de"
vakbond.
Mensen
moeten beter
opgeleid
worden om de
samenhang
van het
kapitalistisch
systeem te
leren
begrijpen.
God noch
gebod hebben
enige
invloed op
wat
beurspeculanten
en
investeringsbanken
ongemoeid
kunnen doen
noch op de
middelen en
technieken
die ze
gebruiken.
Ik noem dat
een puur,
nooit
eindigend
financieel
terrorisme.
Ze slagen er
bovendien in
om
regeringen
en volkeren
onder druk
te zetten,
met een
schuldgevoel
op te
overladen,
en tegen
elkaar op te
zetten, als
zouden
gewone
arbeiders de
oorzaak zijn
van de
crisis.
Ook
vakbonden
trekken niet
steeds aan
hetzelfde
zeel. Daar
moet aan
gewerkt
worden.Vakbonden,
wereldwijd,
moeten zich
groeperen en
zich beter
organiseren.
Want laat
ons wel
wezen, de
voordelen
die we in
België
eventueel
kunnen
verwerven,
zullen op
een paar
1000km van
hier
uitgezweet
worden door
de armsten.
Toen Geely
Volvo
overnam,
stelde een
journalist
aan de
Chinese CEO
de vraag of,
op termijn,
de productie
van Gent
naar China
zou
uitbesteed
worden?
De CEO
antwoordde
met een deze
vraag:
" Bent u
bereid om
morgen meer
dan 25000
euro te
betalen voor
uw nieuwe
Volvo, of
wil u graag
overmorgen
dezelfde
nieuwe Volvo
kopen voor
bvb nog geen
10000 euro?"
Er kwam geen
antwoord
meer van de
journalist.
|
|
Peter
Geerolf |
De
vakbond van
morgen
: ik denk
dat er
langzaam aan
naar een
vakbond moet
toe gewerkt
worden dat
zich niet
langer in
centrales
verenigt,
maar in
takken ,
gelinkt aan
de
economische
realiteit,
waarbij een
werknemerafgevaardigde
alle
werknemers
kan en mag
vertegenwordigen
die in deze
firma
tewerkgesteld
zijn , los
van het
statuut
en/of het
paritair
comité.
En op basis
van dit
gegeven , de
vakbond
hervormen
zodanig dat
we een
degelijke en
sterke
tegenmacht
kunnen
vormen tegen
een
werkgever
die niet
liever doet
dan het
principe van
verdeel en
heers tot in
de fijnste
details toe
te passen.
Zal die
versnippering
en het "
ontbinden of
samensmelten
" van de
centrales
geen effect
hebben op de
solidariteit
?
Ik denk dat
de tijd
aangebroken
is om het
individu tot
nadenken te
brengen en
bewust te
maken van de
realiteit op
alle
mogelijke
manieren en
via alle
mogelijke
kanalen.
Ik denk en
ben ervan
overtuigd
dat de
slogan van
het abvv en
van België
de enige
manier zijn
( samen
sterk en
eendracht
maakt macht
) om uit de
huidige
malaise te
komen.
|
|
Stefaan
Peirsegaele |
IK ken Luc
Vanneste nog
van een
vroeger
leven, toen
ik nog Abvv
afgevaardigde
was bij
Vandemoortele.
Nu ben ik
zelf
werkzaam in
de vakbond
als
vormingswerker.
Ik geef hem
volledig
gelijk, we
moeten ons
meer moeien
met de
samenleving
en
standpunten
innemen, en
vooral onze
progressieve
contacten
versterken.
Eerlijk, dat
probeer ik
al jaren in
mijn gewest
met vallen
en opstaan.
Soms is het
meer vallen
dan opstaan,
interprofessioneel
moeten wij
meer
samenwerken,
wij zijn nog
veel te veel
centrale
gericht.
Kijk nu naar
het
eenheidsstatuut
die op ons
afkomt. Ik
vraag me af
wanneer onze
structuur
daar klaar
voor zal
zijn.
Enfin , we
mogen de
moed niet
opgeven, het
is net als
de Griekse
crisis ,
ooit zullen
wij
verplicht
zijn van
koers te
veranderen.
Ik heb het
gevoel dat
alles
supervlug
kan gaan.
Luc Vanneste
heeft het
dikwijls aan
het rechte
eind, maar
weet maar al
te goed hoe
moeilijk het
is een visie
waar te
maken, dat
heeft hij
zelf
ondervonden
in West-Vlaanderen?
|
|
Wilfried
Lagaeysse |
1. Hoeder en
bijsturing
van de
sociale
zekerheid:
De vakbond
is de hoeder
van
verworven
rechten en
het
bijsturen
van de
sociale
zekerheid.
Die mogen
nooit meer
losgelaten
worden. Ook
niet om "de
crisis"op te
lossen. Dit
is de derde
maal dat
gewone
werknemers
betalen.
Eerst de
banken, dan
de bedrijven,
en nu
opnieuw de "overheidsstaatschulden"
gemaakt om
de eerste
twee te
redden.
2.
Kennis en
opleiding:
Het komt de
vakbond toe
om zijn
leden op een
laagdrempelig
niveau
vertrouwd te
maken met de
"vrije markt"
grondbeginselen
in een
kapitalistische
samenleving.
Men moet
uitleggen
wat dit
betekent en
de gevolgen
daarvan in
het
dagelijks
leven van de
mensen. En
ook wie de
echte
winnaars
zijn van
kapitalisme.
Men spreekt
vandaag
duizend uit
over "markten
- beurzen -
zalen -
beleggers -
speculanten
-
overheidsobligaties
- returns -
kwartaalresultaten
enz....
Geen mens
die het
begrijpt.
Behalve dat
wij, de
werknemers,
ervoor
zullen
opdraaien.
Zolang
werknemers
dit niet
echt
begrijpen,
zal het voor
de echte
kapitalisten
een koud
kunstje zijn
om
werknemers
tégen elkààr
in het
harnas te
blijven
jagen en te
onderdrukken.
In hun
optiek is "solidariteit"
een
uitholling
en
beknotting
van de "individuele
vrijheden".
Vakbonden
moeten dit
blijvend
herhalen,
aankaarten,
verduidelijken
telkens
opnieuw.
"Levenslang
leren" dus!
Want mensen
vergeten (zéér)
snel.
Dikwijls
hoor ik
jongen
mensen
argumenten
gebruiken
alsof de
sociale
zekerheid er
altijd
geweest is
en er ook
wel zal
blijven. Dus
waarom
zouden zij
zich daar nú
zorgen
moeten over
maken?
Banken en
multinationals
blijven al
eeuwenlang
zeggen dat
zij de beste
zijn, en het
allemaal
doen voor
het welzijn
van de
burger;
We weten
inmiddels
alweer hoe
laat het is.
Lees meer |
|
Debusschere
Frank |
Thema 4:
Heb ik
vertrouwen
in de
vakbond?Natuurlijk
heb ik
vertrouwen
in de
vakbond,
maar dat
neemt niet
weg dat ik
me bij
sommige
dingen echt
vragen
stel.Wat is
het doel van
een centrale
die zich op
het Vlaams
congres
afzet tegen
alles en
iedereen?Wat
is het doel
van een
voorzitter
van een
centrale als
hij telkens
weer zijn
eigen foto
in de nieuwe
werker
wil?Staat de
Belgische
arbeider nog
centraal bij
deze
mensen?Wat
kunnen
centrales
winnen als
ze de
solidriteit
tussen
gewesten
teniet
doen?Het
moet gedaan
zijn met
denken in
termen van
centrales,
gewesten en
afdelingen!De
arbeider
heeft hier
geen baat
bij. De
vakbond
schiet hier
zijn doel
voorbij.Het
egoisme
dient de
arbeider
niet.
Solidariteit
is één van
de peilers
van de
socialistische
vakbond.Ik
geloof nog
in de
vakbond
omdat de
meeste
mensen het
wel goed
menen binnen
de vakbond.
|
|
Debusschere
Frank |
LANGER
WERKEN
Inleiding
Iedereen is
er stilaan
van
overtuigd
dat we
langer
moeten
werken.
Er stellen
zich wel
enkele
problemen.
Laten we
eens kijken
over wie men
het heeft
als men de
term ‘we’
gebruikt.
Onder ‘we’
vallen zowel
mensen die
fysieke
arbeid
moeten
verrichten
als mensen
die mentale
arbeid doen.
Laat dit nu
juist de
terminologie
zijn om het
onderscheid
tussen
arbeiders en
bedienden te
maken .
Dus vind ik
het niet
meer dan
normaal dat
het
onderscheid
tussen
arbeiders en
bedienden
moet blijven
bestaan.
Alleen om te
bepalen op
welke manier
we langer
kunnen
werken.
We leven
allemaal
langer maar
niemand
staat er bij
stil dat een
menselijk
lichaam niet
in staat is
om vlot te
kunnen
werken tot
zijn 65Ste
levensjaar.
Arbeiders
moeten nu
reeds veel
meer onder
het mes om
te kunnen
blijven
meedraaien
in de
productie.
Onze botten
en pezen
kunnen dit
niet aan.
Ook de
flexibiliteit
zal altijd
verschillen
naargelang
het statuut
dat iemand
heeft.
Een bediende
die in de
dagploeg
werkt zal
langer
gezond
blijven dan
een arbeider
die veel
flexibeler
moet zijn.
Oplossingen
Om te
bepalen
wanneer
iemand kan
stoppen met
werken
moeten we
eigenlijk 4
klassen
onderscheiden.
• Mensen die
in de
dagploeg
werken en
geen fysieke
arbeid
verrichten.
• Mensen die
in de
dagploeg
fysieke
arbeid
verrichten.
• Mensen die
in een
ploegensysteem
werken en
geen fysieke
arbeid
verrichten.
• Mensen die
in een
ploegensysteem
werken en
fysieke
arbeid
verrichten.
Naargelang
het systeem
moet bepaald
worden hoe
lang iemand
kan werken.
Alles moet
in het werk
gesteld
worden om
mensen in
het systeem
te krijgen
waar men
langer kan
werken.
Als het doel
is om
iedereen aan
het werk te
houden tot
zijn 65ste
levensjaar
dan zal dit
een
gemiddelde
moeten zijn.
Iemand die
fysieke
arbeid in
een
ploegensysteem
verricht zal
op zijn
60ste een
volwaardig
pensioen
moeten
krijgen.
Iemand die
geen fysieke
arbeid in de
dagploeg
verricht zal
maar op zijn
70ste een
volwaardig
pensioen
kunnen
genieten.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|