Perspectieven voor de toekomst - Debat



Logo

Klik hier voor debatten over de toekomst van de vakbonden



Boek

Het boek ‘Perspectieven voor
de vakbond van morgen’, gebaseerd op basis van de debatten bij de gewestelijke afdelingen van de Algemene Centrale, is te verkrijgen bij de gewestelijke afdelingen van de Algemene Centrale


Inleiding - Express vragen - Onderwerpen - Reacties
In 2009 blies de Alg. Centrale zijn 100ste kaars uit. Ter gelegenheid hiervan werden verschillende activiteiten georganiseerd. We kunnen hierbij de tentoonstelling 100 jaar AC en de publicatie van 2 boeken onderstrepen. 1 Boek over het verleden en 1 boek over de toekomst.

Vanaf 2010 is het vooral de toekomst die onze aandacht trekt. Debatten werden georganiseerd in de verschillende afdelingen om van gedachten te wisselen waar we, als vakbond, in de toekomst naartoe willen. Het is eveneens mogelijk online hierover te debatteren.

Gedurende enkele weken zullen er dan ook 3 onderwerpen gelanceerd worden in “De Nieuwe Werker” en hieronder worden weergegeven. Het is vanzelfsprekend mogelijk te reageren door hier te klikken.

Er worden drie grote onderwerpen ter sprake gebracht: hoe staat het met de identiteit en het imago van de vakbond? Hoe past de vakbond zich aan de Europese eenmaking en de mondialisering aan? Hoe moeten we morgen opkomen voor solidariteit, voor syndicale rechten, voor waardig werk en voor een milieuvriendelijke samenleving?

De debatten zijn open verklaard !
 



Express vragen:


Thema 7 - Is er genoeg aandacht voor kwetsbare werknemers?

Thema 6 -
Zullen de stakingsacties verdwijnen in de toekomst?


Thema 5 - Heeft de vakbond nog invloed op de politiek?

Thema 4 - Heb je vertrouwen in je vakbond?

Thema 3 - Moet de Europese vakbond belangrijker worden dan de eigen Belgische vakbond?

Thema 2 - Brengt onderaanneming de syndicale rechten in gevaar?

Thema 1 - Kan jij je inbeelden dat er banen verloren gaan in je onderneming vanwege het klimaat?

Klik hier om te reageren





De onderwerpen van het debat

 
7de thema - Is er genoeg aandacht voor kwetsbare werknemers?

Heel wat auteurs stellen in hun bijdrage dat de vakbeweging meer aandacht moet hebben voor het organiseren en verdedigen van kwetsbare groepen in onze samenleving.

Guy Van Gyes stelt het als volgt: “Er moet bijzondere aandacht worden gevraagd voor de nieuwe en groeiende groep van outsiders op de arbeidsmarkt: tijdelijken, laaggeschoolden of migranten. Op het vlak van loon, bijkomende bescherming, zekerheid of opleiding moeten zij met heel wat minder tevreden zijn. De opkomst van de kenniseconomie versterkt dat nog”.

Saskia Ravesloot heeft het over gelijke rechten voor mannen en vrouwen en schrijft: “De Vrouwencoördinatie van de Algemene Centrale blijft aandacht vragen voor discriminatie inzake arbeidsvoorwaarden. Verder roept ze op voor maatregelen die de combinatie arbeid en gezin ondersteunen, onder andere voor meer collectieve voorzieningen voor kinderopvang. Dat vandaag deze eisen nog steeds op de agenda staan, geeft aan dat veranderingen slechts traag op gang komen”.

Werkzoekenden

Jean Faniel doet de opvallende uitspraak dat de vakbond veel meer moet doen voor werkzoekenden: “Dat is onontbeerlijk om de situatie van alle werknemers te verbeteren, aangezien ook door de werkloosheid loon en arbeidsvoorwaarden van actieve werknemers ernstig achteruitgaan. Het is noodzakelijk de werklozenwerking te versterken en hun een grotere plaats in de vakbond te geven. Niet alleen omdat zij een niet onaanzienlijk deel van de vakbondsleden uitmaken, maar ook omdat zij de aangewezen personen zijn om informatie over de problemen van de werklozen door te spelen, om ze te organiseren en te mobiliseren”.

Mensen zonder papieren

En ten slotte halen we ook nog Isabelle Ponet aan die het heeft over het engagement van vakbonden voor mensen zonder papieren: “Regularisering van mensen zonder papieren is noodzakelijk, maar moet door de vakbondsorganisaties gecontroleerd worden. Zij alleen kunnen erover waken dat de regularisering geschiedt met respect voor de belangen van alle arbeiders, die met en die zonder papieren. Zij alleen kunnen erover waken dat de regularisering aan alle mensen alle rechten toekent. Zij alleen kunnen ervoor zorgen dat dit proces de eenheid van de arbeiders hier en over de grenzen versterkt, door te weigeren de zwakste landen te beroven van hun beste krachten, maar door integendeel de syndicaal georganiseerde arbeid in hun land van herkomst te bevorderen”.

Klik hier om te reageren
 
6de thema - Staken: wie wil het nog, wie kan het nog?

In onze reeks over de toekomst van de vakbeweging staan deze keer twee bijdragen in de kijker uit het boek. De ene bijdrage gaat over arbeidsverhoudingen, de andere over stakingen. Twee verschillende onderwerpen maar die toch met elkaar in verband staan.

Marcelle Stroobants geeft in haar bijdrage een beeld van de arbeidsverhoudingen. Zij is docente aan de ULB, de Université Libre de Bruxelles. Na de Tweede Wereldoorlog en tot 1975 kenden de geïndustrialiseerde landen een tijdperk van onafgebroken groei, zo stelt de auteur. Collectieve onderhandelingen zorgen ervoor dat de productiviteitswinsten ook de werknemers ten goede komen. Zij krijgen hun deel, met meer sociale bescherming en loonsverhogingen. De algemene regel in die gouden jaren is de voltijdse betrekking van onbepaalde duur.

Klanten in plaats van collega’s

Vanaf de eerste grote oliecrisis in 1974 keert het tij. Er breekt voorgoed een werkgelegenheidscrisis uit. Werkgevers zoeken en vinden allerhande systemen om arbeid flexibel en goedkoper te maken. Deeltijdse arbeid, jongerenbanen, tijdelijke contracten en uitzendwerk, brugpensioenen, alle middelen zijn goed om loonkosten terug te schroeven. Tegelijk worden bedrijven zo klein mogelijk gehouden en worden zoveel mogelijk randtaken in onderaanneming gegeven. Die versnippering gaat ten nadele van de collectieve verdediging van de werknemers.
Bedrijven zijn netwerken geworden, zegt Stroobants. Als de productie stijgt worden werknemers uit dat netwerk ingeschakeld, daalt de productie dan valt het bedrijf terug op eigen krachten. Productieschommelingen worden dus afgewenteld op de werknemers. Wat meebrengt dat werknemers klant zijn geworden van elkaar, in plaats van collega’s. Ze geven elkaar werk, of ze nemen werk van elkaar af.

Creatief staken

Kurt Vandaele die als onderzoeker werkt bij het European Trade Union Institute in Brussel, heeft het in zijn bijdrage over stakingen. De opkomst van kleine bedrijven en de grote flexibiliteit hebben het moeilijk gemaakt om een staking op touw te zetten, zo stelt hij vast. Hij toont ook aan dat er vandaag veel minder wordt gestaakt. Het sociaal overleg heeft de bovenhand gekregen, er is een heel arsenaal aan procedures en onderhandelingen waarmee veel stakingsdreigingen afgewend worden. Dat belet echter niet dat stakingsacties vaak nog nodig zijn. Er moet wel meer oor zijn voor de noden van werknemers die verstrikt zitten in flexibele en onzekere statuten. Kurt Vandaele kijkt naar de mondialisering van de economie en pleit voor een grensoverschrijdende vakbondswerking, met een internationaal stakingsrecht, en een internationale stakingskas. Hij meent ook dat vakbonden creatiever moeten omgaan met het stakingswapen. In onze ‘mediademocratie’, zo besluit hij, is het van het grootste belang de sympathie van de publieke opinie te winnen voor collectieve acties. Daar wordt veelal te weinig aandacht aan geschonken.

Klik hier om te reageren
 
5de thema - Hoe zwaar weegt de vakbond in de politiek?

Welke invloed heeft de vakbeweging op de politieke besluitvorming? Hoe is de relatie tussen vakbond en politieke partijen? Moet het niet anders en beter? In deze verkiezingstijd is het van pas bij die vragen stil te staan. Het onderwerp is ook belangrijk als het gaat over de toekomst van de vakbond.


Luc Vanneste was lange jaren vakbondssecretaris van het ABVV. In zijn tekst gaat hij dieper in op de verhouding tussen vakbond en politiek.

Vanneste komt tot vier bevindingen. De vakbond moet duidelijker zijn over zijn ideologie en zeggen hoe de maatschappij moet veranderen, zo stelt hij. Daarvoor is het noodzakelijk dat de interprofessionele werking van de vakbond meer gewicht krijgt. Er moet ook gewerkt worden aan sterkere internationale interprofessionele organisaties. En er moet gezocht worden naar nieuwe vormen van samenwerking met politieke partijen.

De visie op een andere maatschappij en een andere toekomst zit op de achtergrond, vindt Luc Vanneste. Vakbonden zijn in de eerste plaats bezig met het verdedigen van werknemers in hun bedrijf, met hun belangen in hun sector. De interprofessionele aanpak verliest daardoor aan belang. Maar het is juist daar dat een vakbond maatschappelijke invloed heeft, dat hij politiek gewicht in de schaal gooit. Er moet dus meer interprofessioneel gedacht en gewerkt worden. Want als belangenverdediging in bedrijven en sectoren de aandacht wegkaapt wordt de vakbond een soort consumentenvereniging, zonder politieke boodschap

Een nieuw politiek project

Als je vandaag ziet hoe de vrije markt volledig ontspoort, wordt duidelijk hoe belangrijk het is daar een andere ideologie, een ander maatschappijbeeld tegenover te stellen, zegt Luc Vanneste. Er is een nieuw sociaal contract nodig dat mensen aan de onderkant van de sociale ladder omhoog helpt, dat ook oog heeft voor de middengroepen in onze samenleving en dat de problemen van de multiculturele samenleving aanpakt. Het is een politiek project waar de vakbonden een cruciale rol in spelen. Want politiek is meer dan partijpolitiek.

De vakbond is niet meer als vanzelfsprekend verbonden met één politieke partij. De leden van het ABVV stemmen niet meer automatisch voor de socialistische partij zoals dat ooit het geval was. Dan moet er ook niet meer gesproken worden over historische familiebanden. Zoek andere samenwerkingsverbanden, sla de handen in elkaar om concrete gemeenschappelijke maatschappijvisies te realiseren, zegt de auteur. Dan spreek je heldere taal voor de mensen. Als de vakbond die politieke rol wil opnemen moet hij wel meer interprofessioneel denken, werken en naar buiten komen. En dat is zeker bij het ABVV een groot probleem, besluit Luc Vanneste. Een probleem, en een hele opdracht om eruit te geraken.

Klik hier om te reageren
 
4de thema - Hebben werknemers vertrouwen in de vakbonden?


Er wordt nogal gemakkelijk gezegd dat vakbonden niet in de smaak vallen van de publieke opinie. Maar is dat wel juist? In ons land zijn 3 miljoen werknemers lid van een vakbond. Het ABVV telt 1.400.000 leden. Zijn al die mensen aangesloten bij een vakbond omdat ze er geen hoge dunk van hebben? Dat klopt niet.

Hoe staat het met het bestaansrecht van vakbonden? Wat vindt de wereld van die vakbonden? En vooral, hoe groot is de steun die vakbonden van werknemers krijgen? Daarover zijn grondige opinieonderzoeken gevoerd. De resultaten komen uit Vlaanderen maar geven een goed algemeen beeld. Ze tonen aan dat 3 werknemers op 4 vertrouwen hebben in de vakbonden. Dat men hun rol belangrijk vindt blijkt ook uit de deelname aan sociale verkiezingen.

Wie is bij een vakbond?

Het is ook interessant te weten wie aansluit bij een vakbond. De syndicalisatiegraad ligt in België in ieder geval veel hoger dan elders in Europa. Alle leeftijden zijn ongeveer gelijk vertegenwoordigd. Dat spreekt tegen dat jongeren de vakbonden de rug toekeren. Grote verschillen zijn er wel als men naar de opleiding en het beroep van de werknemers kijkt. Bij hogere bedienden zijn 33 werknemers op 100 gesyndiceerd, bij geschoolde arbeiders is dat 60 op honderd. 49 op 100 lagere bedienden zijn lid van een vakbond, bij ongeschoolde arbeiders is dat 67 op 100.

Werknemers waarderen het ook heel erg dat de vakbonden mee op de werkvloer staan, dat er zoveel delegees zijn die heel dicht bij hen staan. En welke greep hebben vakbonden op de arbeidsvoorwaarden? Onze collectieve arbeidsovereenkomsten geven daar een goede indicatie over. 9 werknemers op 10 in ons land genieten de voorwaarden van een cao. In Duitsland bijvoorbeeld is dat maar goed 6 op 10.

Maar cijfers zeggen lang niet alles. Ze tonen trouwens dat er de laatste jaren geen vooruitgang meer is. En stilstaan is achteruitgaan, stelt de auteur. Er zijn nieuwe ontwikkelingen waar de vakbonden moeten op inspelen, en Guy Van Gyes noemt er vier.

Een wervende slogan

Vakbonden moeten bijzondere aandacht hebben voor de outsiders op de arbeidsmarkt. De tijdelijke werknemers, de laaggeschoolden, de migranten. Zij hebben het zeer moeilijk op het gebied van loon, bescherming, zekerheid en opleiding. Vakbonden moeten niet alleen iets doen voor hen, maar vooral ook iets doen samen met hen.

Vakbonden moeten ook rekening houden met de grote beweegbaarheid van de arbeidsmarkt vandaag. Werknemers veranderen veel sneller van baan, vallen uit de boot en moeten ander werk zoeken, of kiezen zelf voor een rustpauze. Maar kan ieder wel uit de voeten met al dat knutselwerk? Vakbonden moeten zorgen voor ondersteuning en begeleiding, zo meent de auteur.

Als derde aandachtspunt wijst Van Gyes erop dat de machtigen van de wereld niet langer nationaal, maar internationaal zijn. Vakbonden organiseren zich wel op Europese en internationale schaal, maar er is nog veel werk aan de winkel vooraleer zij hand in hand, over alle grenzen heen, een sociale strijd met succes kunnen voeren.

En ten slotte heeft de vakbeweging volgens Van Gyes nieuwe, begeesterende strijdthema’s nodig. Met wervende slogans die nieuwe sociale en economische ideeën naar voor schuiven. De strijd voor “Een Europees Minimumloon” is bijvoorbeeld zo’n wervend idee.

Klik hier om te reageren
 
3de thema - Is de Europese vakbond belangrijker dan de Belgische?

In Europa, goederen diensten en mensen kunnen vrij circuleren. Maar er is geen sociaal Europa, of het blijft in ieder geval zwaar in gebreke. Het pensioen of de ziekteverzekering zijn beter in het ene land dan in het andere. 15 procent van de Europeanen heeft een uurloon dat meer dan één derde lager ligt dan het gemiddelde inkomen in hun land. Er is dus echte armoede in het rijkste continent van de wereld.

Goedkope arbeidskrachten

Europese richtlijnen zijn er genoeg. Ze hebben zelfs de bovenhand op nationale wetten. Maar er zijn geen Europese collectieve arbeidsovereenkomsten. En dat is niet zonder gevolgen. Neem maar de detacheringsrichtlijn die bepaalt dat Europese werknemers in een ander land van de Europese Unie kunnen werken tegen de loon- en arbeidsvoorwaarden van dat land, maar met de sociale zekerheid van het thuisland. De regelgeving zit vol gaten en de controle is zo gebrekkig dat er ontzettend veel misbruiken ontstaan. Buitenlandse werknemers krijgen niet waar ze recht op hebben, ze worden uitgebuit als goedkope arbeidskrachten en op die manier komen de loon- en arbeidsvoorwaarden in het gastland in gevaar. Men spreekt over sociale dumping. Het zorgt ook voor oneerlijke concurrentie.

Hoe moet de vakbond de strijd aanbinden voor een sociaal Europa? Er is natuurlijk al een Europese vakbeweging, met het EVV, het Europees Vakverbond als voornaamste koepelorganisatie. En in grote grensoverschrijdende ondernemingen zijn er Europese ondernemingsraden die de vakbonden in staat stellen samen op te komen voor de rechten van werknemers. Maar volstaat dat? Moeten nationale vakbonden niet veel meer gewicht en gezag geven aan een Europese bond? En ook middelen? Moet er niet veel verder gedacht worden dan de Europese ondernemingsraden waarvan vele nog in de kinderschoenen staan en die uiteindelijk alleen nuttig zijn voor grote bedrijven?

Minimumloon voor iedereen

Er worden nieuwe ideeën op tafel gegooid. Zo wordt er gezegd dat de vakbeweging haar krachten moet bundelen om een interprofessioneel minimumloon voor alle landen van de Europese Unie tot stand te brengen. Dat zou al een eerste stap zijn naar gelijke rechten voor alle werknemers. Maar eigenlijk moet de hele sociale bescherming van werknemers niet langer op nationaal maar op Europees vlak worden georganiseerd. Ook de syndicale rechten, zoals het stakingsrecht, moeten door Europa worden gegarandeerd. Moet de Europese vakbond dan niet belangrijker worden dan de eigen Belgische vakbond?

Klik hier om te reageren
 
2de thema - Wie werkt nog in een groot bedrijf?

Al een hele tijd merken we een verandering van terwerkstelling. De diensteneconomie wint met de dag aan belang in rijke landen zoals België. Men heeft het over de tertiaire sector en de tertialisering. De informatica is daar heel belangrijk bij, maar diensten gaan ook over onderhoud, of zorgverlening bijvoorbeeld.
De landbouw zorgt al lang niet meer voor veel jobs. Maar ook de industrie verliest veel terrein. Pakweg 20% van de werkgelegenheid heeft nog te maken met de industriële productie.

Versnippering

Deze groei van de dienstensector brengt mee dat steeds meer hele kleine ondernemingen ontstaan waar syndicale vertegenwoordiging niet verplicht wordt door de wet. Op de 200.000 ondernemingen in België zijn er geen 6.000 met meer dan 100 werknemers. Grote industriële ondernemingen laten zeer veel werk over aan dienstenbedrijven. De schoonmaak, de verpakking, de keukendiensten, de bewaking, het wordt allemaal uitbesteed aan derden.

Werknemers raken dus eindeloos versnipperd. De schoonmaakster wordt uitgezonden naar een vreemd bedrijf en heeft nauwelijks contact met de vakbondsafgevaardigde van haar eigen bedrijf. De vakbond in een grote fabriek heeft de grootste moeite om problemen op te lossen van werknemers in onderaanneming want die horen bij een ander bedrijf, onder een andere werkgever. En met een beetje pech is dat een klein bedrijf waar geen syndicale vertegenwoordiging is. Samen opkomen voor een goed loon en goede arbeidsvoorwaarden is dus bijzonder moeilijk geworden.

Netwerken

Er moeten nieuwe wegen bewandeld worden om werknemers beter te organiseren en hun rechten doeltreffender te verdedigen. Netwerken zijn een oplossing: de vakbond kijkt over de muur van het bedrijf of de sector, er wordt nauw samengewerkt om alle werknemers te vertegenwoordigen en te verdedigen, ook al komen ze van een ander bedrijf. Maar daarnaast moet de vakbeweging ook het recht blijven eisen op syndicale vertegenwoordiging en sociale verkiezingen in kleine bedrijven.


Hoe past de vakbond zich aan de grote veranderingen op de arbeidsmarkt aan?

Hoe verdedigt ze morgen de belangen van werknemers die niet meer allemaal samen in een heel groot bedrijf zitten maar in vele kleine ondernemingen?


Klik hier om te reageren
 
1ste thema - Verloederde planeet

Een thema dat de gemoederen alvast stevig beroert is de opwarming en de verloedering van onze planeet. In het boek ‘Perspectieven voor de vakbond van morgen’ wijzen verschillende auteurs erop dat het probleem niet zal opgelost worden met alleen maar technologische ingrepen. De hele samenleving zal anders moeten worden georganiseerd. Onze transportmiddelen bijvoorbeeld, het consumptiegedrag, of het energieverbruik en de eerlijke verdeling ervan tussen rijke en arme landen, het moet allemaal ten gronde herbekeken worden. Dat vraagt ook bij de vakbonden een radicale ommekeer, zo stellen de auteurs. Zij moeten zowel nationaal als internationaal veel actiever toezien op de vermindering van broeikasgassen. Zij moeten een breed en daadkrachtig front tot stand brengen met alle bewegingen die strijd voeren tegen de milieuverloedering. Vakbonden, zo wordt nog gesteld, moeten ijveren voor het stopzetten van vervuilende productiemethodes, zelfs al heeft dat ingrijpende gevolgen voor de tewerkstelling.


Het enige wat er nu moet gebeuren is hier te klikken en je visie mee te delen over de toekomst. Vervolgens zullen jullie reacties gepubliceerd worden om het debat te stimuleren.







Logo
De reacties van het debat
Frank Debusschere
Voorwoord


• We moeten stoppen met klein denken.
We moeten geen 20 jaar bouwen aan een minimumloon waar om de zoveel tijd enkele eurocenten bijkomen.
Denk groots! Ga voor degelijke leefbare lonen in heel Europa. Hoe meer mensen werken aan een degelijk loon, hoe meer er afgedragen wordt om een degelijke Europese sociale zekerheid op te bouwen die zelfs nog beter is die in België.
We moeten stoppen met 150 kleine ideetjes na te streven. Alles moet in het teken staan van een groots plan.


Imago en strategie

• Naambekendheid

De hele wereld globaliseert terwijl het ABVV sukkelt met centrales, gewesten en afdelingen.
Autonomie kan soms goed zijn maar heeft veel nadelen. Iedereen wil zijn stem hebben binnen het ABVV. Niemand wil opgaan in het geheel.. Ik denk dat je een dubbele piste moet volgen.
Het is beter om te brainstormen in kleine groepen en daarna met een gezamenlijk standpunt naar buiten komen. Maar naar werking toe moet iedereen gelijk zijn. De afdelingen, centrales en gewesten moeten allemaal op dezelfde manier besturen volgens dezelfde structuur en betalingen. Tevens moet er een kleine ruimte blijven om hun eigen creativiteit de vrije loop te laten. Op de werkvloer baalt men van de structuur van de vakbond.
Het mag niks uitmaken of een goed voorstel nu uit Limburg komt of uit de algemene centrale of uit Wallonië. Goede voorstellen moeten vanuit de top van het ABVV naar alle kanten uitgedragen worden.
De naambekendheid van het ABVV is een sterke troef.
We moeten niet staan op onze naam maar op onze kracht binnen het ABVV.  Lees meer
Frank Debusschere
De syndicaal afgevaardigde moet gemagtigd zijn ,om over de grenzen van de paritaire comiteés heen,controle uit te voeren over loons- en arbeidsvoorwaarden.

Werk aan derden (onderaanneming, uitbesteding, interimarbeid enz...) moet onaantrekkelijker worden door alle wetgeving strikt toe te passen.

Daarom moeten syndicaal afgevaardigden degelijk opgeleid worden zodat ze van alle markten thuis zijn.

In het IPA moeten afspraken gemaakt worden zodat de syndicaal afgevaardigde middelen krijgt om deze taak naar behoren uit te voeren.
Slabbaert Tom
Het grote probleem vandaag is dat de solidariteit tussen werknemers verder afbrokkelt. Arbeiders en bedienden leven in een totaal verschillende wereld. Op de werkvloer zien de mensen elkaar aan als vijand. Op alle vlakken loopt het verkeerd en het egoïsme neemt toe. Velen zijn nu al jaloers op de riante premies die ze gaan ontvangen in Opel. Triestige realiteit. Natuurlijk mogen we niet opgeven! We moeten blijven vechten en nu vooral onze band met de politiek aanwenden. Het is van groot belang dat de socialisten de verkiezingen die eraan komen winnen. Er zijn veel grotere prioriteiten dan brussel-halle-vilvoorde; zowel sp.a als abvv moeten dit duidelijk maken aan de mensen.

Als we de Belgische solidariteit in stand kunnen houden staan we al ver, want van europees solidariteitsgevoel is totaal geen sprake.
Kijk maar bij Opel!
Debusschere Frank
De afgevaardigde van morgen zal werken in een bedrijf die in verschillende paritaire comités is ondergebracht.
We moeten dus naar een systeem evolueren waarin er sociale verkiezingen worden georganiseerd over de grenzen van paritair comités heen.

De afgevaardigde moet iedereen vertegenwoordigen die in éénzelfde bedrijf tewerkgesteld is.

Ook de vakbond zelf zal moeten mee evolueren. Dit houdt in dat we niet meer zullen kunnen werken met één sector maar een overkoepelend orgaan die de sectoren onderling met elkaar verbindt met daarboven een secretariscoördinator ofzo.
Het zou al veel helpen mochten alle sectoren hun eigen CAO's afstemmen op elkaar zodat het niet meer voordelig is om van ene paritair comité naar het andere over te stappen
Maar in de eerste plaats moet er een wettelijk kader komen zodat dit alles kan verwezenlijkt worden.
Het is een idee.

Graag reacties aub.
Wilfried Lagaeysse
Als we weten dat Amerikaanse privé banken de geldlproducenten - geldleveranciers - en gelddistributeurs zijn van de gehele wereld, staat men tegenover een oninneembare vestiging.
De de allernieuwste technologische ontwikkelingen, de modernste economische knowhow, de allesbeslissende financanciële engineering, en vooral ook de grootste en meest destructieve militaire slagkracht van de wereld hebben hun machtsbastions in de USA.
Zij hebben zich tot doel gesteld de wereld te beheersen, omdat hun "founding fathers" dat zo wilden.
Ze zijn bereid om daar ALLE hun ter beschikking staande middelen voor in te zetten. Ongeacht wat anderen daarover denken, vragen, of doen.
In haar boek "De shockdoctrine" beschrijft Noami Klein wat dat betekent en hoe ze hun doelstellingen zullen bereiken.

Landen en volkeren worden tegen elkaar opgezet en uitgespeeld.
De ijverigsten onder hen, wordt een habbekrats gegund, via een gunstbehandeling.
Mensen moeten beseffen dat de drang naar geld, een immergroeiende schuld betekent.

Hier ligt volgens mij de uitdaging voor "de" vakbond.
Mensen moeten beter opgeleid worden om de samenhang van het kapitalistisch systeem te leren begrijpen.

God noch gebod hebben enige invloed op wat beurspeculanten en investeringsbanken ongemoeid kunnen doen noch op de middelen en technieken die ze gebruiken.
Ik noem dat een puur, nooit eindigend financieel terrorisme.
Ze slagen er bovendien in om regeringen en volkeren onder druk te zetten, met een schuldgevoel op te overladen, en tegen elkaar op te zetten, als zouden gewone arbeiders de oorzaak zijn van de crisis.
Ook vakbonden trekken niet steeds aan hetzelfde zeel. Daar moet aan gewerkt worden.Vakbonden, wereldwijd, moeten zich groeperen en zich beter organiseren.

Want laat ons wel wezen, de voordelen die we in België eventueel kunnen verwerven, zullen op een paar 1000km van hier uitgezweet worden door de armsten.
Toen Geely Volvo overnam, stelde een journalist aan de Chinese CEO de vraag of, op termijn, de productie van Gent naar China zou uitbesteed worden?
De CEO antwoordde met een deze vraag:
" Bent u bereid om morgen meer dan 25000 euro te betalen voor uw nieuwe Volvo, of wil u graag overmorgen dezelfde nieuwe Volvo kopen voor bvb nog geen 10000 euro?"

Er kwam geen antwoord meer van de journalist.

Peter Geerolf
De vakbond van morgen : ik denk dat er langzaam aan naar een vakbond moet toe gewerkt worden dat zich niet langer in centrales verenigt, maar in takken , gelinkt aan de economische realiteit, waarbij een werknemerafgevaardigde alle werknemers kan en mag vertegenwordigen die in deze firma tewerkgesteld zijn , los van het statuut en/of het paritair comité.

En op basis van dit gegeven , de vakbond hervormen zodanig dat we een degelijke en sterke tegenmacht kunnen vormen tegen een werkgever die niet liever doet dan het principe van verdeel en heers tot in de fijnste details toe te passen.

Zal die versnippering en het " ontbinden of samensmelten " van de centrales geen effect hebben op de solidariteit ?

Ik denk dat de tijd aangebroken is om het individu tot nadenken te brengen en bewust te maken van de realiteit op alle mogelijke manieren en via alle mogelijke kanalen.

Ik denk en ben ervan overtuigd dat de slogan van het abvv en van België de enige manier zijn ( samen sterk en eendracht maakt macht ) om uit de huidige malaise te komen.

Stefaan Peirsegaele IK ken Luc Vanneste nog van een vroeger leven, toen ik nog Abvv afgevaardigde was bij Vandemoortele. Nu ben ik zelf werkzaam in de vakbond als vormingswerker.

Ik geef hem volledig gelijk, we moeten ons meer moeien met de samenleving en standpunten innemen, en vooral onze progressieve contacten versterken. Eerlijk, dat probeer ik al jaren in mijn gewest met vallen en opstaan. Soms is het meer vallen dan opstaan, interprofessioneel moeten wij meer samenwerken, wij zijn nog veel te veel centrale gericht. Kijk nu naar het eenheidsstatuut die op ons afkomt. Ik vraag me af wanneer onze structuur daar klaar voor zal zijn.

Enfin , we mogen de moed niet opgeven, het is net als de Griekse crisis , ooit zullen wij verplicht zijn van koers te veranderen. Ik heb het gevoel dat alles supervlug kan gaan. Luc Vanneste heeft het dikwijls aan het rechte eind, maar weet maar al te goed hoe moeilijk het is een visie waar te maken, dat heeft hij zelf ondervonden in West-Vlaanderen?
Wilfried Lagaeysse 1. Hoeder en bijsturing van de sociale zekerheid:

De vakbond is de hoeder van verworven rechten en het bijsturen van de sociale zekerheid.
Die mogen nooit meer losgelaten worden. Ook niet om "de crisis"op te lossen. Dit is de derde maal dat gewone werknemers betalen. Eerst de banken, dan de bedrijven, en nu opnieuw de "overheidsstaatschulden" gemaakt om de eerste twee te redden.


2. Kennis en opleiding:

Het komt de vakbond toe om zijn leden op een laagdrempelig niveau vertrouwd te maken met de "vrije markt" grondbeginselen in een kapitalistische samenleving.

Men moet uitleggen wat dit betekent en de gevolgen daarvan in het dagelijks leven van de mensen. En ook wie de echte winnaars zijn van kapitalisme. Men spreekt vandaag duizend uit over "markten - beurzen - zalen - beleggers - speculanten - overheidsobligaties - returns - kwartaalresultaten enz....
Geen mens die het begrijpt.
Behalve dat wij, de werknemers, ervoor zullen opdraaien.

Zolang werknemers dit niet echt begrijpen, zal het voor de echte kapitalisten een koud kunstje zijn om werknemers tégen elkààr in het harnas te blijven jagen en te onderdrukken.
In hun optiek is "solidariteit" een uitholling en beknotting van de "individuele vrijheden".
Vakbonden moeten dit blijvend herhalen, aankaarten, verduidelijken telkens opnieuw.
"Levenslang leren" dus!

Want mensen vergeten (zéér) snel.
Dikwijls hoor ik jongen mensen argumenten gebruiken alsof de sociale zekerheid er altijd geweest is en er ook wel zal blijven. Dus waarom zouden zij zich daar nú zorgen moeten over maken?

Banken en multinationals blijven al eeuwenlang zeggen dat zij de beste zijn, en het allemaal doen voor het welzijn van de burger;

We weten inmiddels alweer hoe laat het is.

Lees meer
Debusschere Frank
Thema 4: Heb ik vertrouwen in de vakbond?Natuurlijk heb ik vertrouwen in de vakbond, maar dat neemt niet weg dat ik me bij sommige dingen echt vragen stel.Wat is het doel van een centrale die zich op het Vlaams congres afzet tegen alles en iedereen?Wat is het doel van een voorzitter van een centrale als hij telkens weer zijn eigen foto in de nieuwe werker wil?Staat de Belgische arbeider nog centraal bij deze mensen?Wat kunnen centrales winnen als ze de solidriteit tussen gewesten teniet doen?Het moet gedaan zijn met denken in termen van centrales, gewesten en afdelingen!De arbeider heeft hier geen baat bij. De vakbond schiet hier zijn doel voorbij.Het egoisme dient de arbeider niet. Solidariteit is één van de peilers van de socialistische vakbond.Ik geloof nog in de vakbond omdat de meeste mensen het wel goed menen binnen de vakbond.

Debusschere Frank
LANGER WERKEN

Inleiding

Iedereen is er stilaan van overtuigd dat we langer moeten werken.
Er stellen zich wel enkele problemen.
Laten we eens kijken over wie men het heeft als men de term ‘we’ gebruikt.
Onder ‘we’ vallen zowel mensen die fysieke arbeid moeten verrichten als mensen die mentale arbeid doen.
Laat dit nu juist de terminologie zijn om het onderscheid tussen arbeiders en bedienden te maken .
Dus vind ik het niet meer dan normaal dat het onderscheid tussen arbeiders en bedienden moet blijven bestaan. Alleen om te bepalen op welke manier we langer kunnen werken.
We leven allemaal langer maar niemand staat er bij stil dat een menselijk lichaam niet in staat is om vlot te kunnen werken tot zijn 65Ste levensjaar.
Arbeiders moeten nu reeds veel meer onder het mes om te kunnen blijven meedraaien in de productie. Onze botten en pezen kunnen dit niet aan.
Ook de flexibiliteit zal altijd verschillen naargelang het statuut dat iemand heeft.
Een bediende die in de dagploeg werkt zal langer gezond blijven dan een arbeider die veel flexibeler moet zijn.

Oplossingen

Om te bepalen wanneer iemand kan stoppen met werken moeten we eigenlijk 4 klassen onderscheiden.
• Mensen die in de dagploeg werken en geen fysieke arbeid verrichten.
• Mensen die in de dagploeg fysieke arbeid verrichten.
• Mensen die in een ploegensysteem werken en geen fysieke arbeid verrichten.
• Mensen die in een ploegensysteem werken en fysieke arbeid verrichten.

Naargelang het systeem moet bepaald worden hoe lang iemand kan werken.
Alles moet in het werk gesteld worden om mensen in het systeem te krijgen waar men langer kan werken.
Als het doel is om iedereen aan het werk te houden tot zijn 65ste levensjaar dan zal dit een gemiddelde moeten zijn.
Iemand die fysieke arbeid in een ploegensysteem verricht zal op zijn 60ste een volwaardig pensioen moeten krijgen.
Iemand die geen fysieke arbeid in de dagploeg verricht zal maar op zijn 70ste een volwaardig pensioen kunnen genieten.