U bent hier

Actualiteit

dinsdag 28 november 2017, 10:45

Geen plaats voor discriminatie in de betonindustrie

Strijden tegen ongelijkheid, respect voor diversiteit en respect voor de andere. Dat zijn de engagementen die de betonindustrie aangaat om discriminatie in de sector te bestrijden.

Een nieuwe werknemer aanwerven op basis van zijn huidskleur, een werknemer promotie geven in functie van zijn sociale afkomst,  of een opleiding enkel openstellen voor jonge werknemers, ... Deze voorbeelden van discriminatie zijn helaas reëel in sommige bedrijven. Als vakbond bestrijden we ongelijkheid en verzetten we ons tegen elke vorm van discriminatie op basis van geslacht, afkomst, leeftijd, religie of gezondheid.

Hoe kunnen we deze strijd best voeren? De sector van de betonindustrie heeft als antwoord alvast een non-discriminatiecode ingevoerd. Volgens Andrea Della Vecchia, federaal secretaris voor de sector, vormt die “de basis voor een personeelsbeleid met aandacht voor diversiteit”. De strijd tegen ongelijkheid beperkt zich uiteraard niet tot de betonindustrie.  Maar de motivatie van vakbonds- en werkgeversvertegenwoordigers in deze  sector was de drijvende kracht achter de code. "We hopen dat de tekst zowel binnen de sector als daarbuiten een inspiratiebron zal zijn”.

Non-discriminatie in het arbeidsreglement

Het Sociaal Fonds voor de betonindustrie staat klaar voor vakbonds- en werkgeversvertegenwoordigers die hierover de reflectie in hun bedrijf willen opstarten.  Unia, het vroegere Centrum voor Gelijkheid van kansen en Racismebestrijding,  heeft bovendien een gratis online vorming voor de arbeidsmarkt ontwikkeld. Ga naar www.ediv.be om deze tool te ontdekken. Het is een betrouwbare bron met argumenten voor delegees die dit onderwerp binnen hun bedrijf willen aankaarten.

Opleiding in de betonindustrie: als delegee ben je betrokken 

Een cao rond vorming werd zopas goedgekeurd in de sector. Het gemiddeld aantal vormingsdagen waarop  werknemers recht hebben wordt hierdoor progressief verhoogd. De overeenkomst voorziet dat delegees inspraak hebben bij de organisatie van de vormingen.

Aarzel niet om dit aan te kaarten in je bedrijf.