U bent hier

Standpunt

woensdag 25 maart 2015, 16:15

Het bloedbad van Roux

Dezer dagen moeten we terugdenken aan het drama van Roux. Op 26 en 27 maart 1886 vielen daar 20 stakende arbeiders onder de kogels van de burgerwacht en het leger.

Overal in het Waalse industriebekken broeide die hele maand maart oproer. De arbeiders wilden de heersende ellende niet langer dragen. Het ging slecht met de economie, de vraag naar steenkool, naar glas en staal liep terug en de patroons duwden de lonen omlaag en de werkloosheid omhoog om hun kapitalen veilig te stellen. Een crisis dus, zoals we die nu ook kennen.

De vergelijking met vandaag gaat niet op, zul je zeggen. Dat is juist, de armoede en de honger van 1886 zijn vandaag ondenkbaar. En toch… Als er in een stadje als Aalst elke maand 500 voedselpakketten moeten worden rondgedeeld. Als er in de regio Charleroi waar het plaatsje Roux ligt één werknemer op vier geen werk heeft. En als ondertussen de banken pronken met florissante jaarwinsten. BNP Fortis Paribas bijvoorbeeld, verheugt er zich over dat 1,25 miljard euro volledig zal uitgekeerd worden aan de aandeelhouders. Tja, waar is dan het verschil? Dezelfde symptomen van hetzelfde crisiskapitalisme zijn nog altijd aan de orde.

Maar inderdaad, in 1886 was er veel schrijnender armoede. En er was ook nog een ander belangrijk verschil met vandaag. De arbeiders waren volledig rechteloos. Trouwens, juist daarom werden die laatste dagen van maart zo ontzettend belangrijk. Want de opstand eindigde niet met het bloedbad van Roux, dit werd een definitief keerpunt. De arbeidersklasse organiseerde zich en begon aan haar onstuitbare strijd voor het algemeen stemrecht, voor syndicale vrijheid en voor het stakingsrecht. De eerste sociale wetten kwamen tot stand. Er werd sociale bescherming afgedwongen, er werd stap voor stap gebouwd aan fatsoenlijke loon- en arbeidsvoorwaarden.

De herinnering aan Roux moet ons wakker houden. Roux leert ons vooral dat de strijd voor beter loon en werk niet alleen staat. Die strijd gaat hand in hand met de strijd voor inspraak, voor democratisch medezeggenschap, voor vakbondsrechten. Dat is nu niet anders.

De rechtse regering en het patronaat plegen vandaag een brutale aanslag op ons loon en onze werkgelegenheid, op onze sociale bescherming, op onze pensioenen. Maar er is meer aan de hand. Tegelijk doen ze er alles aan om de werknemers en hun vakbonden de mond te snoeren. Het sociaal overleg dat als grondslag dient voor ons inspraakrecht mag alleen nog dienen om ja te knikken. Afspraken in cao’s worden naar de prullenmand verwezen. Stakingsaanzeggingen worden afgedaan als onwettelijk. Vakbondsacties worden afgeschilderd als onverantwoord en misdadig.

Nee, zo bekeken is er geen verschil met Roux. Als we ons recht op fatsoenlijk werk en loon willen verdedigen moeten we tegelijk ons recht op inspraak en op vakbondsactie verdedigen. De aanslag op ons inkomen en onze bescherming kunnen we alleen aanvechten als we ook de aanslag op onze democratische rechten aanvechten. Dat mogen we nooit uit het oog verliezen.

Paul Lootens - voorzitter