U bent hier

Internationaal

donderdag 12 juli 2018, 11:45

Rode kaart voor grote sportmerken

Terwijl we met z’n allen in een voetbalshirt onze favoriete ploeg hebben toegejuicht, blijven ons verhalen toestromen over de schrijnende toestanden waarin arbeiders in Zuid-Oost-Azië ons textiel maken. De grote sportmerken doen nog onvoldoende om dit onrecht aan te pakken.

Terwijl wij ons uitdossen om helemaal in WK-stemming te komen, krijgen duizenden voornamelijk vrouwelijke textielarbeiders een hongerloon voor het maken van onze voetbalshirts en ander textiel. Dat blijkt uit het internationaal rapport ‘Foul Play’ (Vuil Spel) dat de arbeidsomstandigheden bij de onderaannemers van de grootste sponsors op het WK, Adidas en concurrent Nike, aan het licht brengt. In Indonesië, bijvoorbeeld, gaat het om een schamele 82 tot 200 euro per maand voor kledingarbeiders, terwijl zij recht hebben op minstens 363 euro per maand.

Het is een kwestie van prioriteiten stellen, vindt de drukkingsgroep Cleane kleren, want ondertussen zijn de budgetten voor marketing en sponsoring in 10 jaar tijd verdubbeld.

In schril contrast daarmee staan de lonen van de textielarbeiders bij de vele onderaannemers. Uit het rapport Foul Play blijkt dat deze arbeiders ten opzichte van begin jaren ’90 tot 30% minder te zien krijgen van de winkelprijs van de waren die zij produceren. Ook bij leveranciers ziet men hun aandeel in de totale prijs dalen. En dat terwijl de winsten voor Adidas en Nike er alleen maar op vooruit gegaan zijn. Het loon dat textielarbeiders uit Indonesië daarmee uitbetaald krijgen, is volgens de berekeningen van Asia Floor Wage ruim onvoldoende om een leefbaar inkomen te genieten in hun eigen land. Vaak gaat het om een loon ruim onder het wettelijk minimumloon.

Zowel in Zuid-Oost-Azië als in ons land ijveren vakbonden en ngo’s voor leefbare lonen. In 2011 kwam het tot een overeenkomst, het Protocol voor Vakbondsvrijheid, dat Nike, Adidas en nog vier andere sportmerken afsloten met vakbonden en leveranciers. Er werd toen afgesproken om ook over lonen en contracten te onderhandelen, maar tot op vandaag weigeren de sportmerken om het overleg dat in 2008 opgestart werd verder te zetten.