U bent hier

Het werk

dinsdag 10 maart 2015

Werkgelegenheidsplan oudere werknemers voor einde maart

Sinds 2013, vereist de CAO 104 dat de werkgever een werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers in zijn bedrijf moet opstellen als het om meer dan 20 werknemers gaat. Als er geen plan voorzien is of als het om een jaarlijks plan gaat, moet u weten dat de werkgever tot eind maart heeft om een voorstel aan de OR of de vakbondsafvaardiging voor te leggen.

Voor 31 maart ten laatste is de werkgever verplicht het ontwerpplan aan de ondernemingsraad voor te leggen. De OR afgevaardigden hebben dan twee maanden de tijd om te reageren, ten laatste op 31 mei.

De afgevaardigden moeten alle nodige informatie ontvangen om te kunnen beslissen:

  • Een leeftijdspiramide van de oudere werknemers van het bedrijf
  • Een overzicht van de opleidingen voor 45+
  • Een overzicht van de vormingen waaraan 45+ deelnemen 
  • ….

Met al deze gegevens, hebben de afgevaardigden de gelegenheid om tegen-voorstellen of andere maatregelen te formuleren die in het plan kunnen opgenomen worden. Of het nu om de organisatie van het werk gaat, het veranderen van functie, de aanwervingsprocedure, ...

De werkgever heeft daarna tot 31 juli ten laatste om de voorgestelde maatregelen in te volgen of niet. In geval van weigering van een maatregel moet hij de reden motiveren.

Opvolging van het werkgelegenheidsplan

Het werkgelegenheidsplan moet jaarlijks geëvalueerd worden.

  • Als het om een jaarplan gaat , moet de werkgever de OR op de hoogte brengen van de resultaten die deze maatregelen hebben gegeven.
  • In het geval van een meerjarenplan, moet de OR of de syndicale delegatie een jaarlijks verslag mbt de ontwikkeling van dit plan ontvangen.

Interessante hulpmiddelen zijn

Bevoegde instantie:

OR - Ondernemingsraad

Bevoegde instantie :
  • OR - Ondernemingsraad