Mobiliteit in de bouw: tijd voor betere afspraken
Vroeg vertrekken, lang onderweg zijn en laat thuiskomen: voor veel bouwarbeiders vraagt de verplaatsing een flinke extra inspanning boven op een fysiek veeleisende job. Daarom lanceren we als ABVV Bouw een grootschalige campagne om de mobiliteitsproblematiek in de bouwsector (PC 124) zichtbaar te maken en concrete verbeteringen op de agenda te zetten.
Wisselende werven, files en omwegen om collega’s of materiaal op te halen, maken de dagelijkse verplaatsingen zwaar en onvoorspelbaar. Dat betekent minder tijd voor het gezin, maar ook minder tijd om te herstellen en ook vermoeidheid die de veiligheid achter het stuur en op de werf in het gedrang kan brengen.
Een mobiliteitsstudie van de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Luik, uitgevoerd in opdracht van de sociale partners en in samenwerking met het sectorale fonds Constructiv, bevestigt die realiteit. Bouwarbeiders zijn gemiddeld 54 minuten onderweg naar het werk en 60 minuten terug. Bij arbeiders met een wisselende werkplek duurt de terugrit voor meer dan vier op de tien langer dan een uur.
Voor ABVV Bouw maakt mobiliteit deel uit van goede arbeidsvoorwaarden. Minder onnodige tijd onderweg, een betere werk-privébalans en een werkorganisatie die rekening houdt met de verplaatsingen van bouwarbeiders: daar willen we werk van maken. Ook de vergoedingen moeten eenvoudiger, transparanter en rechtvaardiger, met meer aandacht voor de werkelijke reistijd. Zo houden we de sector aantrekkelijk voor huidige en toekomstige werknemers.
Werk-privébalans
Voor veel bouwarbeiders begint de werkdag lang vóór de eerste werkuren op de werf. Een groot deel vertrekt al tussen 5 en 6 uur ’s morgens, en sommigen zelfs tussen 4 en 5 uur. Wie meer dan een uur reist, is vaak meer dan 11,5 uur per dag van huis. Daar komen soms nog onbetaalde tijdsmarges bij vóór en na de werkdag. Twee op de drie werknemers wachten gemiddeld nog 22 minuten tussen aankomst en het echte begin van de werkdag. Ook na het werk verliest een deel van de werknemers nog extra tijd voor ze naar huis kunnen vertrekken. Die lange en onvoorspelbare dagen wegen op gezin, sociaal leven en herstel. Ze zorgen bovendien voor frustratie, vermoeidheid en onzekerheid over wanneer je thuis geraakt. Kortere en beter voorspelbare verplaatsingen gaan dan ook samen met een grotere tevredenheid over het woon-werkverkeer.
“Mijn vrije tijd? Die verlies ik onderweg”
Fonny werkt al 27 jaar in de bouw. Zijn wekker gaat soms om 4.20 uur af en regelmatig is hij 12 uur of langer van huis, terwijl hij maar voor 8 uur wordt betaald. Die lange dagen laten hun sporen na. “In het begin van de week gaat het nog, maar vanaf woensdag voel ik mijn energie stilaan opraken.” Voor hobby’s, zijn gezin en zichzelf blijft amper tijd over. Fonny pleit daarom voor minder lange verplaatsingen en een eerlijkere vergoeding.
Lees het volledige interview van Fonny
Download onze flyers
Werkorganisatie
Een bouwdag begint niet altijd rechtstreeks op de werf. Soms moet je eerst collega’s oppikken, langs het depot rijden, materiaal meenemen of naar een afgesproken opstappunt rijden. Daardoor kan een relatief korte afstand toch uitgroeien tot een lange en onvoorspelbare verplaatsing. Ook wie met collega’s meerijdt, is afhankelijk van de manier waarop het vervoer georganiseerd wordt. Voor chauffeurs komt daar nog extra verantwoordelijkheid bij: zij rijden vaak langere trajecten, maken omwegen en moeten na een fysieke werkdag nog veilig door druk verkeer naar huis.
De studie toont bovendien dat arbeiders met een wisselende werkplek duidelijk vaker lang onderweg zijn dan werknemers met een vaste werkplek. Dat maakt planning en voorspelbaarheid extra belangrijk.
Vergoeding en flexibiliteit
Wisselende werven, veranderende trajecten en files vragen heel wat flexibiliteit van jou en je collega-bouwarbeiders. Het huidige systeem van vergoedingen is echter niet eenvoudig of transparant. Er bestaan verschillende tarieven, voorwaarden en fiscale regels, waardoor het niet altijd eenvoudig is om te weten waarop je recht hebt en of je verplaatsingen correct worden vergoed. Bijna de helft van de bouwarbeiders ontvangt vandaag zowel een mobiliteitsvergoeding als een vergoeding van reiskosten. In 2024 bedroeg de gemiddelde mobiliteitsvergoeding €119,68 per maand. Uit de studie blijkt dat de complexiteit van het systeem mee zorgt voor onduidelijkheid en een gevoel van oneerlijke compensatie.
In de gesprekken met werknemers komt nog een ander spanningsveld sterk naar voren: de vergoeding vertrekt vandaag vooral van kilometers, terwijl werknemers hun verplaatsingen vooral ervaren in tijd. Een rit van twintig kilometer in de file kan veel zwaarder wegen dan een langere afstand op een vlotte weg. Die tegenstelling tussen een kilometerlogica en een uurlogica wordt door werknemers dan ook als onrechtvaardig ervaren.
Er bestaan alternatieven
De mobiliteitsstudie maakt duidelijk dat er geen eenvoudige maatregel bestaat die alle problemen in één keer oplost. De situatie verschilt sterk van bedrijf tot bedrijf en van werf tot werf. Daarom is vooral een combinatie van maatregelen nodig die verplaatsingen werkbaarder, eerlijker en beter voorspelbaar maakt.
Het huidige afsprakenkader moet grondig worden herbekeken a.d.h.v. vier eenvoudige principes: WERF.
- Werkbaar: de regels moeten in de praktijk toepasbaar zijn, zonder buitensporige administratie of ingewikkelde controles.
- Eenvoudig: werknemers moeten gemakkelijk kunnen begrijpen welke vergoeding geldt en hoe die wordt berekend.
- Rechtvaardig: de regeling moet rekening houden met de werkelijke belasting van verplaatsingen (reistijd, files, het ophalen van collega’s of materiaal en wisselende werklocaties).
- Flexibel: de bouwsector is zeer divers. Een helder basiskader moet voor de meerderheid werken, met ruimte voor gemotiveerd maatwerk wanneer een specifieke situatie daarom vraagt.
Zijn er dan alternatieven?
Ja. Het is natuurlijk geen kant-en-klaar pakket, maar je kan als werknemer inspiratie opdoen:
- een maximale uit-en-thuistijd, met voldoende gegarandeerde betaalde werktijd;
- reisuren of een vergoeding die sterker rekening houdt met de werkelijke reistijd;
- een actualisering en vereenvoudiging van de huidige vergoedingstabellen;
- bijkomende compensatie voor zware of sterk vertraagde trajecten;
- recuperatiemogelijkheden voor veel tijdverlies onderweg;
- duidelijke regels over laden, lossen en tussenstops aan het depot;
- betere afspraken over collectief vervoer, chauffeurrotatie en verkeersveiligheid;
- maatregelen die lokale tewerkstelling en kortere verplaatsingen bevorderen.
Belangrijk is dat er niet alleen gezocht wordt in meer vergoeding. Ook een betere planning, minder onnodige verplaatsingen, meer inspraak van werknemers en een betere organisatie van vervoer kunnen de belasting aanzienlijk verminderen.
En het kan ook effectief anders. In de studie werd bijvoorbeeld ook gekeken naar de buurlanden. In Nederland bestaan bijvoorbeeld reisuren voor bouwplaatsmedewerkers en wordt gewerkt met een regeling waarbij werkuren, reisuren en pauzes samen begrensd worden.
Ook Duitsland heeft het systeem de voorbije jaren aangepast. Sinds 2023 is er in de bouwsector een bindende woon-werkvergoeding die bestaat uit een reistijdvergoeding én, voor wie met eigen vervoer rijdt, een reiskostenvergoeding. De reistijdvergoeding wordt toegekend als een dagpremie volgens afstandscategorieën.
In Frankrijk wordt dan weer een onderscheid gemaakt tussen korte en lange verplaatsingen. Bij trajecten van meer dan 50 kilometer gelden aparte regels en moet de werkgever ook de mogelijkheid tot overnachting ter plaatse kunnen aanbieden. De vergoedingen worden bovendien regionaal bepaald en kunnen rekening houden met geografische verschillen en verstedelijking.
Die voorbeelden tonen vooral één ding: mobiliteit hoeft geen vaststaand probleem te zijn. Met duidelijke afspraken, een vergoeding die beter aansluit bij de werkelijke verplaatsing en een slimmere organisatie kan de sector de tijd onderweg beter erkennen én de belasting voor werknemers verminderen. Voor ABVV Bouw moet het einddoel duidelijk zijn: minder onnodige tijd onderweg, meer voorspelbaarheid en een eerlijke vergoeding voor de inspanningen die bouwarbeiders leveren om elke dag op hun werk te geraken.