Klimaattransitie en toekomst van de werknemers: terug grip krijgen op de industrie

Terwijl extreme weersomstandigheden steeds vaker voorkomen, lijkt de milieukwestie door veel regeringen naar de achtergrond te worden verdrongen. Een grote strategische fout. Want als de klimaattransitie slecht wordt voorbereid, zijn het de werknemers die daar als eerste de dupe van zullen worden: banenverlies, fabriekssluitingen, toenemende onzekerheid. Voor de vakbeweging wordt het hoog tijd om dit debat over te nemen.

Vanuit die optiek hebben we Guéric Bosmans, klimaatspecialist bij de AC, en Arnaud Collignon, beleidsmedewerker energie-industrie bij Canopea, bijeengebracht ter gelegenheid van de publicatie van een rapport over de toekomst van de Waalse industrie.

Waarom kijken we vandaag specifiek naar de Waalse industrie?

Arnaud: We zijn aan het einde gekomen van een industrieel model dat gebaseerd is op overconsumptie en geen rekening houdt met de ecologische en sociale impact. De klimaatcrisis is een realiteit: volgens het Planbureau zouden de gevolgen ervan tegen 2050 tot 5 % van het Belgische bbp kunnen kosten. In deze context heeft het geen zin om over herindustrialisering te praten zonder rekening te houden met deze beperkingen. Een belangrijke uitdaging is de elektrificatie. Door de bevolkingsdichtheid of de beperkte beschikbaarheid van fossiele energie in Europa zal het op korte termijn niet kunnen beschikken over de goedkoopste energie ter wereld. We moeten onze industriële keuzes dus afstemmen op deze realiteit.

Guéric: De herindustrialisering staat centraal in het politieke debat, maar dat debat wordt te vaak gevoerd tussen regeringen en werkgevers, zonder de werknemers of het maatschappelijk middenveld te raadplegen. Nochtans staat de toekomst van iedereen op het spel. Het sociaal overleg, dat zo essentieel is bij dergelijke uitdagingen, brokkelt af. Vakbonden en ngo's hebben concrete voorstellen, maar dan moeten we ook nog gehoord worden.

Waarom is dit een essentiële kwestie voor de vakbonden?

Guéric: Je kan onderhandelen met een werkgever, maar niet met de wetten van de fysica. De klimaatverstoring dwingt ons tot keuzes. Bedrijven moeten investeren in de modernisering van hun apparatuur en op lange termijn denken, in plaats van hun dividenden te maximaliseren. De politiek beschikt over een essentiële hefboom om het debat te sturen: overheidssteun. Die steun moet gekoppeld worden aan voorwaarden, geëvalueerd worden, en gericht zijn op projecten die maatschappelijk en ecologisch nuttig zijn. Vandaag is er totale onduidelijkheid.

Arnaud: Industriële omwentelingen zijn onvermijdelijk in de komende decennia. Het probleem ligt niet bij de industriëlen, maar bij de financierders die de controle over de industrie hebben overgenomen. Het is de logica van korte termijn rentabiliteit die de werkgelegenheid en het milieu vernielt. Wie erin slaagt welvaart te creëren zonder de planeet te vernietigen, zal de weg wijzen. Europa kan en moet deze rol op zich nemen.

Moet de industriële transitie gepland worden?

Arnaud: Ja, absoluut. De Staat moet het heft weer in handen nemen. Als we de markt zijn gang laten gaan, zullen onze industriezones overspoeld worden met datacenters: energieverslindend, met weinig nieuwe jobs en zonder democratische controle op hun nut. Dat is niet wat we nodig hebben om te kunnen bloeien. Lokale kmo's kunnen niet concurreren. Hier moet de Staat zijn rol spelen: bemiddelen en het algemeen belang beschermen.

Guéric: Het gaat niet alleen om elektrificatie, maar ook om de vraag wie hier baat bij heeft. We willen dat energie in de eerste plaats ten goede komt aan bedrijven die kwalitatieve banen creëren, het milieu respecteren en duurzame perspectieven bieden aan de werknemers.

Zijn de huidige prioriteiten wel de juiste?

Arnaud: Neen. Vandaag de dag bepalen degenen die het hardst schreeuwen de politieke keuzes. Er wordt massaal geïnvesteerd in secundaire oplossingen zoals CO₂-afvang, terwijl energie-efficiëntie en de elektrificatie van processen prioriteit zouden moeten krijgen. Beter produceren met minder energie is zowel een klimatologische noodzaak als een vereiste om competitief te blijven.

Bovendien betalen de burgers en de kmo's een groot deel van de netwerkkosten, terwijl de grote industriëlen vrijstellingen genieten. Wij vragen de oprichting van een openbaar kadaster van steunmaatregelen voor bedrijven om de transparantie te herstellen.

Guéric: Energie-efficiëntie is de enige geloofwaardige piste. We moeten zo min mogelijk energie gebruiken om te produceren, dat is de enige manier om concurrerend te zijn. We moeten de energiekosten objectiveren, zonder de energiesubsidies te vergeten waarvan bedrijven profiteren.

Welke concrete pistes zijn er voor een rechtvaardige transitie?

Arnaud: We moeten globaal nadenken over wat we produceren en hoe. Circulariteit staat centraal: zo kunnen we de impact op het milieu verkleinen, de verspilling van hulpbronnen beperken en lokale jobs creëren. Al bij het ontwerp van een product moet men nadenken over het einde van zijn levenscyclus en de recyclage ervan.

Guéric: Maar let op. Niet alle banen in het kader van de transitie zijn gelijk. Een rechtvaardige transitie betekent dat er in de hele keten goede arbeidsvoorwaarden gegarandeerd worden. Werknemers die bijvoorbeeld in de glasrecyclage werken, zouden onder hetzelfde paritair comité moeten vallen als werknemers in de productie. De transitie mag geen voorwendsel zijn om de sociale rechten te verzwakken.

Hoe kunnen we deze voorstellen een duwtje in de rug geven?

Guéric: Door de werknemers te sensibiliseren, hen aan te moedigen om vragen te stellen over de klimaattransitie binnen hun bedrijf, door op sectoraal niveau te onderhandelen en door klimaatacties te ondersteunen. Het is een moeilijke strijd, maar dat is nog geen reden om op te geven.