Internationale vakbonden niet toegelaten tot Palestijns gebied
Begin februari trok een internationale vakbondsdelegatie naar Palestina om er werknemers uit de bouw te ontmoeten. Deze werknemers zullen een cruciale rol spelen in de heropbouw van hun land, dat in puin ligt na de genocide die Israël in Gaza heeft gepleegd. Helaas kon hun missie niet worden volbracht: Israël weigerde hen op maandag 2 februari toegang tot de Westelijke Jordaanoever.
De weigering om de vakbondsdelegatie toe te laten is allesbehalve onbelangrijk en weerspiegelt perfect de omstandigheden waarin de toekomst van Palestina momenteel worden besproken: uitsluiting, controle, segregatie en systematisch het zwijgen opleggen aan werknemers.
Arnaud Levêque, federaal secretaris van ABVV Bouw, maakte deel uit van de delegatie en getuigt:
“Wat ons is overkomen, is slechts een druppel op een hete plaat vergeleken met wat Palestijnen dagelijks meemaken, zeker wanneer ze zich naar hun werk begeven. Het toont aan dat Israël de fundamentele rechten van de Palestijnen totaal minacht. Deze militaire bezetting, die volstrekt illegaal is volgens het internationaal recht, moet stoppen.”
De conclusies van de delegatie zijn duidelijk: Israël verdiept de annexatie van de Westelijke Jordaanoever, terwijl de bewegingsvrijheid, de toegang tot het land en de mogelijkheid om waardig te werken en te leven voor Palestijnen sterk worden beperkt. De omvang van deze realiteit is schrijnend: meer dan 1.000 controleposten van het Israëlische leger versnipperen de Westelijke Jordaanoever, meer dan 350.000 Palestijnen zijn werkloos, en elk jaar worden duizenden nieuwe Israëlische nederzettingen gebouwd in Palestina. Wie nog het huis verlaat om te gaan werken, weet vaak niet of hij ’s avonds zal terugkeren.
Daarnaast worden Palestijnse werknemers uit de bouw regelmatig geconfronteerd met een wrede tegenstrijdigheid: ze moeten infrastructuur bouwen op plaatsen waar ze zelf niet mogen wonen — de Israëlische nederzettingen in het hart van Palestina — terwijl hun eigen gemeenschappen bouwvergunningen worden geweigerd of het risico lopen dat hun woningen worden gesloopt.
Tegelijkertijd worden de “wederopbouwprojecten” van de Gazastrook openlijk besproken door rijke en machtige internationale spelers, zonder overleg met de Palestijnen, zonder vakbonden en zonder garanties op eigendomsrechten, bewegingsvrijheid of bescherming van de Gazanen tegen gedwongen verplaatsingen.
De internationale bouwvakbonden verwerpen deze aanpak: elke toekomstige heropbouw van Palestina moet gebaseerd zijn op rechtvaardigheid, landrechten en menselijke waardigheid.
Voor de internationale vakbondsfederatie BWI, The Building and Wood Workers' International, die het initiatief voor deze missie heeft genomen, moet elke rechtvaardige aanpak van de heropbouw steunen op duidelijke principes:
- Werknemers moeten zich vrij kunnen uitspreken en organiseren, zonder angst voor gevolgen.
- De bouw mag geen middel zijn voor verdrijving, annexatie of vernietiging.
- Wie heropbouwt, moet recht hebben op land, veiligheid en waardigheid.
Ambet Yuson, algemeen secretaris van de BWI, verklaarde:
“Ons verhinderen om werknemers te ontmoeten is een bewuste daad van uitsluiting en maakt deel uit van een bredere aanval op vakbondsrechten en fundamentele vrijheden. Je kan niet beslissen over de toekomst van Palestina, de Westelijke Jordaanoever, Gaza of Jeruzalem terwijl je de werknemers die het land zullen heropbouwen het zwijgen oplegt.”
De delegatie bestond uit de algemeen secretaris van de BWI, die meer dan 12 miljoen werknemers wereldwijd vertegenwoordigt, evenals vakbondsvertegenwoordigers uit België, Frankrijk, Spanje en Zuid-Afrika.
