Focus op de Seveso-richtlijn

Rouen

Op 26 september 2019 brak er brand uit in de fabriek Lubrizol in Rouen. Deze onderneming heeft de Seveso-status van “hogedrempelinrichting”. Dit betekent dat ze deel uitmaakt van de gevaarlijkste en meest vervuilende bedrijven van de EU. Ondanks de positieve resultaten betreffende de eerste maatregelen (lucht, water, ...), zorgt de verschijning van de lijst met producten aangetroffen in de brand voor vertwijfeling.

Elk bedrijf dat als SEVESO geclassificeerd is op Europees niveau moet beantwoorden aan een resem van verplichtingen oplegt, zoals het opmaken van een verslag waarin potentiële ongevallen worden geïdentificeerd en samen met de autoriteiten interventieplannen worden ontwikkeld. De “Seveso-richtlijn" heeft tot doel de schade voor het milieu en de bevolking te beperken wanneer er zich een industriële ramp voordoet waarbij gevaarlijke chemische producten betrokken zijn. 

Deze ramp biedt een mooie opportuniteit om eens grondig over de richtlijn te gaan, en wat ze betekent voor de syndicaal afgevaardigden voor dit dossier.

Seveso, wat is dat?

De naam verwijst naar de ramp die in 1976 plaatsvond in het noorden van Italië. 

“Sevesobedrijven” zijn bedrijven die met brandbare of explosieve stoffen werken en waar een incident of ongeval binnen de installaties grote schade kan toebrengen aan de lokale bevolking of het milieu.

Op Europees niveau heeft zich dit vertaald in de publicatie van de “Seveso-richtlijn”, die aan de industrie bepaalde verplichtingen oplegt, zoals het opmaken van een verslag waarin potentiële ongevallen worden geïdentificeerd en samen met de autoriteiten interventieplannen worden ontwikkeld.  

De “Seveso-richtlijn" heeft tot doel de schade voor het milieu en de bevolking te beperken wanneer er zich een industriële ramp voordoet waarbij gevaarlijke chemische producten betrokken zijn. 

Twee drempels op grond van de gevaarlijkheidsgraad van de sites

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen twee soorten inrichtingen op basis van de totale hoeveelheid gevaarlijke stoffen die in die inrichting aanwezig is: hogedrempelinrichtingen en lagedrempelinrichtingen.

  • Hogedrempelinrichtingen zijn inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn in hoeveelheden die gelijk zijn aan of groter zijn dan minstens één van de hoge drempelwaarden.
  • Lagedrempelinrichtingen zijn inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn in hoeveelheden die gelijk zijn aan of groter dan de lage drempelwaarde, maar kleiner dan de hoge drempelwaarde.

De preventie van zware ongevallen in België 

De preventie van zware ongevallen maakt het voorwerp uit van de zogenaamde Europese Sevesorichtlijn. In deze richtlijn worden zware ongevallen omschreven als zware emissies, branden en explosies waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Deze richtlijn is van toepassing op een beperkte groep van bedrijven, de zogenaamde Sevesobedrijven. Dit zijn bedrijven waar gevaarlijke chemische stoffen aanwezig zijn in hoeveelheden die de drempelwaarden, gedefinieerd in de Sevesorichtlijn, overschrijden. 

Het merendeel van de Sevesobedrijven is actief in sectoren als chemie, petrochemie, brandstofhandel, productie van geneesmiddelen, staalindustrie, non-ferro industrie, afvalverwerking, …

In 2016 telde België ongeveer 381 bedrijven van Sevesocategorie : 209 hogedrempelinrichtingen en 172 lagedrempelinrichtingen.

De Sevesorichtlijn moest omgezet worden in nationaal recht. 

In België werd zij op 2 juni 1999 omgezet in een samenwerkingsakkoord tussen de Gewesten en de Staat. Dit akkoord werd op 16 februari 2016 hervormd en voorzag meer bepaald dat onderaannemers worden opgenomen in de noodplannen. 

Het samenwerkingsakkoord

De Seveso III-richtlijn (2012) en het Verdrag van Helsinki inzake de nationale en grensoverschrijdende gevolgen van zware industriële ongevallen werden omgezet in Belgisch recht via het samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016, gesloten tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Het samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016 trad op 10 juni 2016 in voege. 

Het samenwerkingsakkoord heeft kracht van wet en beoogt meer bepaald: 
  • De preventie van scheikundige ongevallen 
  • Het beheer van de gevolgen van een zwaar industrieel ongeval voor de werknemers 
  • Het beheer van de gevolgen voor de bevolking 
  • Het beheer van de gevolgen voor het milieu 
De wetgeving legt ook het volgende op:
  • Preventieve acties,
  • Inspecties,
  • De uitwerking en invoering, door de hogedrempelinrichtingen, van een veiligheidsrapport dat geraadpleegd kan worden bij de administratie (DRIGM),
  • Alsook de uitwerking van een intern noodplan en, voor de hogedrempelinrichtingen, van een extern noodplan,
  • De waarschijnlijkheid waarmee een specifieke uitwerking zich voordoet binnen een welbepaalde periode of onder welbepaalde omstandigheden. 
Naargelang haar classificatie moet een SEVESO-onderneming bepaalde verplichtingen naleven 

Verplichting

Lage drempel

Hoge drempel

Opstellen en invoeren van een beleid ter preventie van zware ongevallen in de onderneming

X

X

Opstellen van een kennisgeving

X

X

Invoeren van een efficiënt veiligheidsbeheersysteem

X

X

Opstellen van een veiligheidsrapport

 

X

Opstellen van een intern noodplan

 

X

Opstellen van een extern noodplan (opgemaakt door de autoriteit)

 

X

Preventieve informatie aan de bevolking

X

X

Syndicale vragen

In de SEVESO-ondernemingen is het absoluut noodzakelijk (en wettelijk voorzien) dat de werknemersvertegenwoordigers in het Comité zich buigen over de verplichtingen van de werkgever in het kader van een noodplan en de bepalingen van het samenwerkingsakkoord.

Syndicale vragen voor de afgevaardigden binnen het CPBW 

  1. Is uw bedrijf erkend als SEVESO-onderneming  ? 
    • Gebruik de zoekrobot op de website seveso.be :
    • De volledige lijst werd in 2019 geactualiseerd en kan eveneens via dit pdf-document (geactualiseerd in 2019):
  2. Is de lijst met stoffen, op basis waarvan de onderneming als SEVESO-bedrijf (hoge drempel of lage drempel) werd ingedeeld, gekend  ? 
  3. Heeft uw bedrijf een beleid ingevoerd ter preventie van zware ongevallen  ?
  4. Wordt het CPBW betrokken bij de opmaak van het noodplan? 
  5. Vraag om het noodplan te kunnen raadplegen.
  6. Wordt het betrokken personeel dat langdurig in onderaanneming in de vestiging werkt, geraadpleegd en opgenomen in het noodplan?
  7. Wordt het plan regelmatig geactualiseerd?
  8. Welke personen zijn verantwoordelijk voor de toepassing van de noodplannen (nominatief)? 
  9. Het noodplan moet minstens elke drie jaar worden getest (praktijkoefening). Wordt dit in uw bedrijf gedaan?
  10. Wanneer een bedrijf als SEVESO-onderneming wordt erkend, wordt een inspecteur van de FOD Werkgelegenheid, afdeling chemische risico’s aangeduid om controles uit te voeren. Kent u zijn naam? 
     

Goed om te weten:

De inspecteurs van de Belgische autoriteit verantwoordelijk voor chemische risico’s controleren of de ondernemers de bepalingen van het samenwerkingsakkoord naleven.

Gegevens : 

Belgische autoriteit verantwoordelijk voor chemische risico’s:
Afdeling van het toezicht op de chemische risico’s 
Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk
FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg
Ernest Blerotstraat 1
1070 Brussel
Tel. : 02/233 45 12

Meer info

Op de website chemische risico’s van de FOD Werkgelegenheid

Op de website “SEVESO-België”

Ongevallen

Brand in de fabriek LUBRIZOL in Rouen

Op 26 september 2019 brak er brand uit in de fabriek Lubrizol in Rouen. Meer dan 200 brandweerlui trachtten het vuur te bedwingen, wat hen uiteindelijk gelukt is in de ochtend van vrijdag 27 september.

Deze onderneming heeft de Seveso-status van “hogedrempelinrichting”. Dit betekent dat ze deel uitmaakt van de gevaarlijkste en meest vervuilende bedrijven van de EU.

Deze fabriek synthetiseert en slaat chemische producten op (fosfor- en organosulfide-chemicaliën) die gebruikt worden als additieven voor smeermiddelen. 

Om een nog onbekende reden is er zogenaamd brand uitgebroken in de opslagafdeling en de magazijnen, waarbij er ook een deel van de naburige site werd getroffen. Er ontwikkelde zich een gigantische zwarte rookwolk, tot meer dan 20 km hoog.

Meer dan 5 000 ton chemicaliën zijn in rook opgegaan.

Wat betreft de risico’s voor de gezondheid, zijn de resultaten van de eerste metingen (lucht, water) geruststellend op het vlak van lucht- en waterkwaliteit, met uitzondering van de metingen op de site van Lubrizol voor benzeen. Na de publicatie van de lijst van producten die bij de brand betrokken waren, blijft echter de vraag bestaan of er al dan niet gevaarlijke producten aanwezig waren in de verbrandingsderivaten.

Fabriek van AZF Toulouse 

Op 21 september 2001 werd de fabriek van AZF Toulouse vernield door de ontploffing van een stock ammoniumnitraat. Er vielen 31 doden, 2500 burgers raakten zwaargewond en de materiële schade was immens. Op 24 september 2012 (11 jaar na de ontploffing), veroordeelde het hof van beroep van Toulouse de maatschappij Grande Paroisse, eigenaar van AZF, en de voormalige directeur Serge Biechlin. Aangezien het besluit van 2012 werd vernietigd door het Hof van Cassatie op 31 oktober 2017, hetzij meer dan 16 jaar na de feiten, heeft het hof van beroep van Parijs de voormalige directeur van de AZF-fabriek, Serge Biechlin, veroordeeld tot 15 maanden voorwaardelijk, en de maatschappij Grande Paroisse tot een boete van 225 000 euro.