Beste wensen 2026
Op 15 januari bracht de Europese vakbondsfederatie IndustriAll Europe haar aangesloten vakbonden samen voor een Europese top van werknemers uit de chemiesector. Op de agenda: de toekomst van de sector. Voor ABVV Scheikunde moeten de werknemers centraal staan in de bezorgdheden, en niet de concurrentiekracht van de bedrijven. Wij interviewden Andrea Della Vecchia, federaal secretaris ABVV Scheikunde, over het belang van deze top en over de syndicale prioriteiten.
Het voortbestaan van veel chemische activiteiten in Europa staat onder druk. En de werknemers dragen nu al een zware tol. Ook in België blijven we niet gespaard: bedrijfssluitingen, collectieve ontslagen, onzekerheid over de toekomst,… In die omstandigheden was het nodig om collega’s van andere Europese vakbonden samen te brengen om ervaringen te delen en gezamenlijke standpunten in te nemen.
Eerst en vooral hebben we overeenstemming bereikt over de algemene situatie in de Europese chemische industrie: dalende productievolumes, jobverlies, concurrentie tussen landen op vlak van energieprijzen en steunmaatregelen,… We wezen ook duidelijk op het gedrag van veel werkgevers die zich van Europa afkeren en elders in de wereld investeren om hun winsten te verhogen. De werknemers zijn de slachtoffers van deze keuzes. Door zo te handelen, gebruiken ze hen als aanpassingsvariabele.
Laten we enkele jaren teruggaan. Tijdens de coronaperiode werd onze sector als essentieel beschouwd. Hierdoor bleven werknemers in de scheikunde doorwerken, zelfs tijdens de lockdown. Dankzij hen bleven de bedrijven draaien en werden gigantische winsten gemaakt. Vandaag zeggen diezelfde werkgevers tegen diezelfde werknemers: “we hebben jullie niet meer nodig”. Dat is onaanvaardbaar. Werknemers worden gebruikt als variabele om winsten te behouden of te vergroten.
Inderdaad, de wereld verandert. Handelsrelaties tussen regio’s veranderen. We bevinden ons in een periode waarin nieuwe commerciële, economische en diplomatieke evenwichten worden gezocht. We zien ook dat rechtse partijen voornamelijk aan de macht zijn en meer belang hechten aan competitiviteit dan aan werknemers. En in die veranderende wereld spelen werkgevers landen tegen elkaar uit: “ik blijf bij jou als je me steunt, ik blijf bij jou als je me geen regels oplegt,…”. Kijk naar de recente steunmaatregel voor elektro-intensieve bedrijven: de Belgische federale regering voorziet een budget van € 1 miljard, zonder enige werkgelegenheidsgarantie. Syndicaal aanvaarden we deze concurrentielogica tussen landen niet. Ze leidt uiteindelijk tot concurrentie tussen werknemers. Laat ons niet naïef zijn: het grootste probleem is de blinde zoektocht naar winst, ten koste van sociale en ecologische overwegingen.
We hebben een Plan nodig voor de Europese chemische industrie, waarbij werknemers en het klimaat centraal staan. Vandaag focussen bedrijven en Europese regeringen bijna uitsluitend op competitiviteit. En het resultaat? Het werkt niet. Andere regio’s hebben — en zullen het altijd hebben — bevoorrechte toegang tot fossiele energie en bepaalde grondstoffen. Dat zorgt er bovendien voor dat sociale en ecologische normen naar beneden worden gehaald. Verschillende Belgische en Europese experts zeggen het: onvoorwaardelijke steunmaatregelen zijn niet effectief. We moeten de Europese chemie-industrie oriënteren naar activiteiten die meer respect tonen voor werknemers en klimaat. Dit is het moment om het verschil te maken.
We moeten streven naar een nieuw elan voor onze scheikunde, gebaseerd op kwaliteitsvolle jobs. Dit is het moment om arbeidsrelaties opnieuw uit te vinden die een beter evenwicht bieden tussen werk en privé, bijvoorbeeld via arbeidsduurvermindering, die de gezondheid van werknemers beschermen, die de lasten van nacht- en ploegenarbeid verlichten, en die de vruchten van productiviteit eerlijker verdelen.
Eerst moeten vakbonden betrokken worden bij de beslissingen over de toekomst van de sector. Vandaag bepalen politici en werkgevers zonder ons wat er met werknemers gebeurt. De overlegorganen op bedrijfsniveau worden te vaak enkel gebruikt om beslissingen die elders al genomen zijn te bekrachtigen. Dat is niet de manier om tot consensus en sociale vrede te komen — nochtans essentiële voorwaarden om de uitdagingen van onze industrie aan te gaan. Daarnaast moeten publieke steunmaatregelen verbonden worden aan duidelijke doelstellingen inzake werkgelegenheid en klimaat. Geen cadeaus meer: dat werkt niet, en er zal altijd wel een ander land zijn dat meer biedt. Tot slot moet de Europese Unie de regels rond productie en consumptie aanpassen: laat ons de Europese productie, die werknemers en klimaat respecteert, bevoordelen.
Dit is het moment om optimistisch en vastberaden te zijn.