Administratieve kosten duwen huishoudhulpen in onzekerheid

Bijna één op de twee huishoudhulpen verliest uren prestaties bij haar klanten door de hoge administratieve kosten die door dienstenchequebedrijven worden aangerekend. Dat blijkt uit de enquête van ABVV Dienstencheques “Klantenverlies in de dienstencheques” (zie hier) bij 1.711 huishoudhulpen, die op 19 maart 2026 werd verspreid onder huishoudhulpen.

46% verliest uren
De resultaten tonen een duidelijke trend: bijna de helft van de respondenten verloor uren prestaties bij klanten sinds begin 2025. Gemiddeld verlaat bijna één klant per huishoudhulp het dienstenchequesysteem. De impact op de werkzekerheid en het inkomen van deze werkneemsters is echter nu al voelbaar.

De belangrijkste redenen voor het klanten- en urenverlies? Volgens 65% van de huishoudhulpen* komt het vooral door de hoge administratieve kosten die dienstenchequebedrijven aan hun klanten aanrekenen. Daarnaast wijst 64% op de prijsstijging naar €10 van de dienstencheque zelf. Andere oorzaken zoals privéredenen (19%) en digitalisering van de  dienstencheques (13%) zijn veel minder doorslaggevend.

Meer werkdruk, minder inkomen
“De sector wordt gewoon te duur voor klanten doordat bedrijven steeds meer en hogere administratieve kosten aanrekenen. Dat voelen huishoudhulpen vervolgens in hun portefeuille wanneer klanten afhaken.” stelt Issam Benali, federaal secretaris bij het ABVV en bevoegd voor de sector. Volgens hem zet het verlies van uren en klanten deze werkneemsters nog meer onder druk: “in tegenstelling tot wat bedrijven -die kosten aan klanten aanrekenen- beweren, gaat dit geld niet naar betere arbeidsomstandigheden van de huishoudhulpen.”

De resultaten van deze enquête zijn duidelijk: de stijgende administratieve kosten in de sector schrikken niet alleen klanten af, maar ondermijnen ook rechtstreeks de werkzekerheid en jobkwaliteit van duizenden huishoudhulpen. “Er moeten dringend maatregelen worden genomen die de kosten voor klanten beperken en de kwaliteit van de jobs in de sector verbeteren”, besluit Benali.