Overheidsopdrachten: stop de eindeloze ketens van onderaanneming! Het ABVV eist strenge regels op Europees niveau
Samen met de Europese vakbonden en de European Builders Confederation doet ABVV Bouw deze oproep: overheidsgeld mag niet langer worden gebruikt om sociale dumping, uitbuiting van werknemers en fraude te financieren. Nu de Europese richtlijnen inzake overheidsopdrachten op het punt staan te worden herzien, eisen wij een strikt kader om de getrapte onderaanneming te beperken.
Al jaren stelt ABVV Bouw een terugkerend probleem op de Belgische werven aan de kaak: de keten van onderaanneming, die de sociale rechten ernstig schendt. Hoe langer de keten, hoe kleiner de verantwoordelijkheid van de hoofdaannemer, en hoe meer de werknemer aan het einde van de keten wordt blootgesteld aan de ergste misstanden: hongerlonen, schandelijke veiligheidsomstandigheden en sociale fraude.
Op woensdag 1 juli, tijdens een bijeenkomst in het Europees Parlement, hebben de EFBH (Europese Federatie van Bouw- en Houtarbeiders – waarvan het ABVV deel uitmaakt), Europarlementsleden en de European Builders Confederation (EBC), die op Europees niveau de kmo’s in de bouwsector vertegenwoordigt, de EU opgeroepen om tegen deze misstanden op te treden door strenge regels vast te stellen om onderaanneming bij overheidsopdrachten te beperken.
Wanneer overheidsgeld sociale dumping financiert
Tegenwoordig zijn bedrijfsmodellen waarbij de verantwoordelijkheid met elke onderaannemingslaag verdwijnt, de norm geworden. Praktijken die in welke andere sector dan ook onaanvaardbaar zouden zijn, zijn in de bouwsector de norm geworden.
Overheidsopdrachten boetseren de arbeidsmarkt. Overheidsgeld moet worden gebruikt om voorbeeldige bedrijven te belonen: bedrijven die rechtstreekse, hoogwaardige banen creëren, investeren in de vaardigheden van hun werknemers en de volledige verantwoordelijkheid nemen voor de werven die ze binnenhalen. Onderaanneming moet een instrument voor technische specialisatie blijven en mag geen bron van ondoorzichtigheid en uitbuiting zijn.
Zes prioriteiten om de Europese richtlijn te versterken
Om deze misstanden een halt toe te roepen, stellen de EFBH en de EBC zes belangrijke eisen in het kader van de aanstaande herziening van de EU-richtlijnen inzake overheidsopdrachten:
- Overheidsgeld voor sociale vooruitgang: ervoor zorgen dat overheidsopdrachten eerlijke concurrentie en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden bevorderen.
- Onderaanneming beperken: de lange en ondoorzichtige ketens in de overheidscontracten rechtstreeks aanpakken.
- Hoofdelijke aansprakelijkheid: duidelijke, strikte en transparante aansprakelijkheidsregels vaststellen op alle niveaus van de keten.
- Verbod op louter financiële onderaanneming: tussenpersonen die alleen maar commissie opstrijken zonder enige toegevoegde waarde of daadwerkelijke operationele capaciteit ter plaatse te bieden, moeten worden uitgesloten.
- Daadwerkelijke capaciteit van de hoofdaannemer: ervoor zorgen dat het bedrijf dat de opdracht binnenhaalt, over voldoende financiële draagkracht en het benodigde rechtstreekse personeel beschikt om het project tot een goed einde te brengen.
- Verscherpte controles: de transparantie, de sociale inspecties en de handhaving van de sancties versterken.
België geeft het goede voorbeeld, Europa moet volgen
Landen zoals Spanje, Noorwegen en België hebben al maatregelen genomen om buitensporige onderaanneming bij overheidsopdrachten tegen te gaan. Het tij keert en veel lokale overheden en sommige ondernemers weigeren nu nog langer de ogen te sluiten.
“In België is er een akkoord gesloten tussen de werkgeversorganisaties en de vakbonden in de bouwsector voor een verbod op pure financiële onderaanneming. Een verscherping van de controles op de beperking van de ketens van onderaanneming in de publieke sector moet de weg vrijmaken voor een inperking van deze praktijk in de hele sector.”
De bal is aan het rollen. De aanstaande herziening van de Europese richtlijnen inzake overheidsopdrachten biedt de gelegenheid om een gemeenschappelijke Europese aanpak uit te werken, gebaseerd op de ervaringen die op nationaal niveau zijn opgedaan.
Wat onze centrale betreft, zal er geen rechtvaardige transitie zijn, noch een economisch herstel dat die naam waardig is, zonder een grondige herziening van de spelregels. De Europese instellingen moeten een kant kiezen: die van speculatie en dumping, of die van stabiele werkgelegenheid, zekerheid en respect voor de werkneemsters en de werknemers. We zijn klaar om de strijd aan te gaan.
