Vervoerskosten

De werkgever moet aan alle werknemers een forfaitaire vergoeding van € 0,90 per effectief gewerkte dag toekennen als tegemoetkoming in de vervoerskosten.

Ook de werknemers die al een tussenkomst krijgen voor het gebruik van het openbaar vervoer, hebben recht op deze vergoeding. Deze vergoeding wordt maandelijks samen met het loon uitbetaald.

Er kunnen op ondernemingsvlak voordeliger regelingen of gebruiken bestaan. Het spreekt voor zich dat de voorgaande regeling dan niet van toepassing is.

Wie het openbaar vervoer gebruikt, heeft recht op een tussenkomst van de werkgever. Het gaat hier om een algemene regeling.

Voor wie met eigen vervoer naar het werk gaat, is in de sector enkel de forfaitaire vergoeding van € 0,90 per effectief gewerkte dag voorzien.

Trein

Wie met de trein reist, heeft recht op een tussenkomst van de werkgever. Deze tussenkomst geldt vanaf de eerste kilometer en is afhankelijk van het aantal kilometers. Het aantal kilometers dat aangeduid wordt op de treinkaarten, komt overeen met de afstand tussen het station van vertrek en het eindstation voor één enkele rit. Het bedrag van de treinkaart en de bedragen van de tussenkomst van de werkgever vind je in de tabel.

Ander openbaar vervoer dan de trein: tram, bus en metro

De werkgever moet ook bijdragen in de vervoerskosten van alle werknemers die met de tram, bus of metro naar het werk komen. De afstand moet wel minstens 5 kilometer bedragen vanaf de vertrekhalte tot aan het werk. Er zijn twee soorten tussenkomsten:

  • voor de abonnementen waarvan de prijs afhankelijk is van de afstand, is de werkgeversbijdrage dezelfde als de trein (zie tabel openbaar vervoer)
  • voor de stads- en voorstedelijke abonnementen met een eenheidsprijs, ongeacht de afstand, bedraagt de tussenkomst van de werkgever 71,8%, met een maximum van 30 euro per maand.