Vergoeding in geval van langdurige ziekte

Bij langdurige ziekte heb je recht op een aanvullende vergoeding. Na de periode van gewaarborgd loon ontvang je van de mutualiteit een uitkering: dit is in principe 60% van het loon (met een maximum).

Vanaf de tweede maand ziekte betaalt het Fonds een vergoeding die gelijk is aan 40% van de bruto tussenkomst van de mutualiteit.

De duurtijd van vergoeding is gekoppeld aan de anciënniteit in de sector:

  • maximaal 6 maanden voor werknemers die minstens 6 opeenvolgende maanden hebben gewerkt vóór het begin van de ziekte;
  • maximaal 12 maanden voor werknemers die minstens 12 opeenvolgende maanden hebben gewerkt vóór het begin van de ziekte.

Wanneer een werknemer die 6 of 12 maanden heeft opgebruikt (bijvoorbeeld door herhaaldelijke ziekte) moet hij die anciënniteit opnieuw verwerven om recht te hebben op een nieuwe aanvullende vergoedingsperiode.